-----Laatste Nieuws: De 6e Wintercompetitie wedstrijd bij fraai visweer goed bezocht maar matig vis gevangen (110 stuks), vooral gul (64) en bot (41), verder 4 meuntjes en 1 zeebaars.
 
 
 
 
 

 

NIEUWTJES van de NOORDZEE

MAART 2012

Maart 2012.

Beste Schar. Op de vismijn in Lauwersoog ontdekte een medewerker in een door de UK 64 aan de handel aangeboden kist vis een schar van enorme afmetingen. In alle boekjes wordt voor schar als maximum lengte 42 cm vermeld. Deze schar bleek echter een lengte te hebben van maar liefst 47,8 cm en een gewicht van 1 kilo. Voor degenen die graag de stek willen weten waar zulke grote scharren zwemmen, deze werd gevangen op de Noordzee op de Monkeybank.

Bron: Visserijnieuws.

Februari 2012.

Aantallen zeehonden nemen verder toe. Opnieuw zijn er weer veel meer zeehonden geteld in de Waddenzee. Voor het hele Waddengebied zijn er nu al ruim 27.000 geteld, waarvan 24.000 gewone en ruim 3000 grijze. In het Nederlandse deel van de Waddenzee zijn die aantallen 7800 gewone en bijna 2400 grijze zeehonden, waarbij je dan nog bijna 2000 pups moet optellen.

IMARES zet zo langzamerhand vraagtekens bij de opvang, het instituut is van mening dat de zeehondenopvang wel een bijdrage levert aan educatie en draagvlak voor de bescherming van de leefgebieden en bedreigingen van de zeehond, maar het opvangen van jonge dieren en het later weer terugzetten zal een negatief effect hebben op de gezondheid van de hele populatie. Door deze ziekenhuis situatie worden we vroeg of laat met de gevolgen geconfronteerd die wel eens ernstig kunnen zijn. Het is niet verkeerd om zeehonden op te vangen en te verzorgen, die door menselijk toedoen gewond zijn geraakt, bijvoorbeeld door netten. Echter het opvangen en met medicijnen behandelen van elke zieke zeehond, zal een averechts effect op de gezondheid van de hele populatie gaan hebben. Imares adviseert dan ook terughoudendheid bij de opvang van zieke en zwakke jonge dieren. In het Duitse deel van de Waddenzee wordt hier al naar gehandeld en in Denemarken is men zelfs al helemaal gestopt met de opvang van zeehonden, omdat de natuurlijke populatie niet meer bedreigd is. In Nederland is men echter nog lang niet zo ver en worden de aaibare dieren nog steeds als troeteldieren behandeld, wat in de toekomst wel eens funest voor de hele soort kan uitpakken.

Ansjovis komt terug. Vroeger toen de Zuiderzee nog open was zwommen er enorme scholen ansjovis in de Noordzee en de Nederlandse kustwateren, die het brakkere water van de Zuiderzee gebruikten om te paaien. Door de aanleg van de Afsluitdijk verdwenen de scholen ansjovis en kwamen ze alleen nog sporadisch voor, o.a. in de Oosterschelde. Toch is er de laatste jaren weer een behoorlijke toename geconstateerd en IMARES heeft met onderzoek nu aangetoond dat dit geen ansjovis is, die afkomstig is uit meer zuidelijker wateren (Golf van Biskaje), en door bijvoorbeeld de klimaatverandering naar het noorden opschuift. Het DNA van deze zuidelijke ansjovis verschilt teveel en ook stromingsmodellen wezen uit dat larven en ook volwassen ansjovis vrijwel geen kans hebben om met de zeestromingen door het Kanaal in de Noordzee te komen. Het gaat hier dus echt om nakomelingen van de zeldzame nazaten van de grote scholen uit het begin van de vorige eeuw. Toch speelt de klimaatverandering waarschijnlijk wel degelijk een rol. Ansjovis stelt speciale eisen aan de plek waar ze zich voortplanten, het water mag niet te zout en ook niet te koud zijn. De ondiepe brakke Zuiderzee was dus kennelijk een ideale paaiplaats, maar door de opwarming van het zeewater ontstaan er nu steeds meer plaatsen in de zuidelijke Noordzee die aan de eisen van de ansjovis voldoen. Zo verklaart men de geconstateerde toename.

Ansjovis is een visje dat tot 20cm lang kan worden. Ze leven van dierlijk plankton en algen. Ze mengen zich soms met scholen zeebliek en sprot, maar zijn goed te herkennen aan het slankere model, de groene kleur en de duidelijk uitstekende neus (onderstandige bek) met de grote ogen. Ze hebben naar verhouding een grotere bek dan een jonge haring of sprot. Ook hebben ze een zilverkleurige zijlijn. Ze komen in de zomer naar onze kusten om te paaien in de riviermondingen. In de Oosterschelde werd er helemaal achterin op de ondiepe platen met zogenaamde “weren”op gevist, en bij Bergen op Zoom is er nog steeds een beroepsvisserijbedrijf, dat er met deze ambachtelijke methode op vist. Men combineert dit tegenwoordig wel met een vorm van toerisme (mee varen en vissen), anders is deze visserij niet meer lonend.

Bronnen: Telegraaf, Visserijnieuws, Het Visblad.

Januari 2012.

In het hoge noorden van Noorwegen zijn op een strand in Nordreisa tientallen tonnen dode haringen aangespoeld. Men heeft geen idee wat de oorzaak is, misschien is de school haring opgejaagd door roofvissen en vervolgens door het getij verrast, of een storm heeft ze op het strand geblazen nadat ze in de branding verzeild geraakt waren. De bewoners vrezen grote stankoverlast.

De Vinca Gorthon blijft liggen. Na de mislukte bergingspoging van afgelopen zomer door het Brits-Amerikaanse bergingsbedrijf Titan Salvage, die een van de spectaculairste bergingsoperaties van de laatste jaren zou uitvoeren, door met kettingen eerst het wrak op de zeebodem in stukken te zagen, heeft Rijkswaterstaat nu met de berger een schikking getroffen. Het is dus niet gelukt het wrak te lichten. Tijdens de berging is er wel een medewerker om het leven gekomen en is een deel van het schip, de boeg, van het schip afgezaagd, maar dat deel heeft men ook weer moeten laten terugzakken omdat het nog te groot bleek. Wel is alle olie uit het schip gepompt. Omdat er nu sprake is van het verleggen van de scheepvaart routes ligt het wrak straks niet meer in de weg en kan het veilig blijven liggen. Nu ligt het nog op het kruispunt van 4 scheepvaartroutes op ongeveer 31 kilometer west van Petten en Camperduin. Het schip ging bij zware storm in 1988 ten onder door het verschuiven van de lading, die voor een groot deel uit rollen papier en geladen vrachtwagens bestond. Het was een Zweeds roll-on roll-off schip, 116 m lang en 23 m breed en slechts 1 jaar oud. Het wrak ligt in de stroomrichting met de boeg (voorschip) naar het zuiden en is op ¾ van voor af gemeten bij de brug gebroken. Nu is dus ook de boeg er afgezaagd en deze ligt er nu weer naast. Er liggen nog steeds 3 boeien rond het wrak en het hoogste punt komt tot 11m diepte.

In de kreken van Ouwerkerk op Schouwen en Duiveland in Zeeland, (bij Zierikzee) wordt een proef gehouden met het uitzetten van tong in brak water. Dit zijn kreken die zijn ontstaan bij de watersnoodramp van 1953 en ze zijn brak, zodat er tot nu toe alleen maar paling en stekelbaars in voorkwam. De visrechten liggen bij de hengelsportvereniging “Oosterschelde” en sportvissers maakten veel gebruik van deze wateren om op paling te vissen. Maar ook hier wordt nog maar weinig paling gevangen en die mag ook niet meer meegenomen worden. In de zomer van 2011 zijn er nu in samenwerking met de Stichting Zeeuwse Tong, Sportvisserij ZuidWest Nederland, de hsv. en Wageningen UR ruim 15.000 gekweekte tongetjes van gemiddeld 10 cm uitgezet. In het najaar is er een proefvisserij gehouden met 10 fuiken in de Grote Kreek van Ouwerkerk en in alle fuiken werden tongetjes teruggevangen die met een gemiddelde lengte van 18 cm in een half jaar een verbluffende groei hebben laten zien. Ze hadden zich verspreid over het hele krekenstelsel en waren goed omgeschakeld naar een natuurlijke leef- en voedselsituatie. Dat geeft hoop voor de toekomst. Wel moet er afgewacht worden of ze ook goed de winter doorkomen, maar er zijn enkele diepere putten aanwezig, dus er is goede hoop. Het water mag niet te ver afkoelen want daar kan tong slecht tegen. Sportvisserij Nederland gaat dat met vrijwilligers van de hsv en de Stichting Zeeuwse Tong na de winter weer onderzoeken. Als de proef slaagt, geeft dit weer hoop voor de sportvisserij in deze brakke wateren, waarvan er in Zeeland nog meer zijn, zoals de Westkapelse Kreek en de Schelphoekkreek, waar voorheen alleen maar paling kon worden gevangen. Ook aan het uitzetten van bot, die erg goed tegen brak water kan, wordt gedacht.

Bronnen: Telegraaf, HDC Media, Visserijnieuws, Het Visblad.

December 2011.

Voor 2012 zijn de nieuwe quota of TAC’s weer vastgesteld door de Visserijraad van de Europese Commissie. Voor haring is er ruim een verdubbeling vastgesteld vanwege de goede stand van de haring op dit moment. Voor schol mogen de vissers volgend jaar 15 procent meer vangen, dat is geheel volgens het platvisbeheersplan. Toch zij de vissers er niet blij mee en willen ze net als bij haring veel meer mogen vangen omdat de scholstand ook erg goed is nu. Maar Noorwegen houdt dit tegen omdat er nog geen managementsplan is zoals bij haring, daarom houden ze vast aan het afgesproken platvisbeheersplan.

Voor kabeljauw met -1% blijft de vangsthoeveelheid bijna gelijk, wijting en schelvis gaan met 15% omhoog, koolvis met 15% omlaag. Ook tong mogen de vissers 15% meer gaan vangen, de andere platvissoorten (de geassocieerde bestanden genoemd), zoals schar, bot, tarbot, griet, tongschar en witje, blijven gelijk net als de quota voor rog.

Toch zijn de Nederlandse vissers niet blij, want voor de boomkorvissers wordt het aantal toegestane zeedagen (dagen dat ze mogen vissen), teruggebracht met 10%, voor de bordenvissers (twinrig- en flyshootvissers), zelfs met 18%. Minder dagen dus om het jaarquotum per schip op te kunnen vissen. Zo wil men modernere vismethoden met minder bijvangsten afdwingen. Waarschijnlijk wordt de elektrische pulskorvisserij binnenkort officieel erkend als methode, nu geldt die nog als experimenteel waarvoor men een speciale tijdelijke vergunning nodig heeft. Voor de staandwantvisserij verandert er niets.

Wat missen Nederlanders in het buitenland het meest? Het meest gegeven en verassende antwoord was haring, de Hollandse Nieuwe wel te verstaan. Die is inderdaad in het buitenland nergens te krijgen, ook al wordt er overal wel veel haring gegeten in allerlei vormen, maar de echte Nederlandse maatjesharing kent men nergens.

Bronnen: Telegraaf, Visserijnieuws, Het Visblad.

November 2011.

Nog een keer kabeljauw. De TAC (maximale hoeveelheid te vangen kabeljauw) voor 2012 voor de Barentszzee ten noorden van Noorwegen en Rusland is door beide landen vastgesteld op 751.000 ton, een enorme hoeveelheid en 8% hoger dan vorig jaar. Dat geeft aan dat het met de kabeljauw in deze gebieden wel goed gaat, in tegenstelling tot de stand in de zuidelijke Noordzee, de Oostzee en bij Newfoundland. Ook met de schelvis en de lodde gaat het weer veel beter als enkele jaren geleden. Hoe dat precies komt weet men niet maar wel is het zo dat men jarenlang de TAC’s flink heeft verminderd. Kennelijk is het gemakkelijker goede afspraken te maken tussen 2 landen (Noorwegen en Rusland) dan wanneer er veel meer landen hun zegje kunnen doen.

Staatssecretaris Bleker heeft duidelijk laten merken dat hij de discardsproblematiek nu eindelijk in Europees verband wil aanpakken. Door zijn uitspraak in de 2e Kamer “Dit kan toch niet”, bij het presenteren van de jongste wetenschappelijke cijfers over discards en overlevingskansen in de Nederlandse kottervisserij, liet hij duidelijk blijken de aanpak van de Eurocommissaris voor de Visserij met de invoering van een discardsban te steunen. Kotterbestuurders zien dan ook met zorg dat de discussie over ongewenste bijvangst in een ethische hoek wordt geduwd, nadat er al 30 jaar over de aanpak er van wordt gesproken, maar er niets aan is gedaan. Zij verkopen het nog steeds als een noodzakelijk kwaad en zijn bang dat de toekomst onder de kottervisserij wordt weggeslagen. De cijfers zijn dan ook afgrijselijk. Men schat dat van de vangsten in de kottervisserij ongeveer 70% dood of zwaar beschadigd aan boord komt. De overige 30% is zichtbaar minder beschadigd, maar inwendige verwondingen zijn aan de buitenkant niet te zien. Daardoor overleeft slechts 10 tot hoogstens 50% van de teruggezette kleine of ongewenste grotere vis het terugzetten waarbij een groot deel ook nog aan de altijd aanwezige vogels ten prooi valt. In gewicht komt het er op neer dat 40-60% van de gevangen vis weer overboord gaat, als we naar aantallen kijken is het helemaal afgrijselijk omdat het meestal om jonge en kleine vissen gaat. Voor schol betekent dit bijvoorbeeld dat er jaarlijks tussen 40.000 en 100.000 ton schol meer dood dan levend teruggezet wordt. Voor tong is dit tussen 6 en 17% en verder bijna alle gevangen schar en wijting (65-93%) omdat deze vissen vaak te klein zijn en ook te weinig opbrengen. Bleker vindt dat er ingezet moet worden op methodes om selectiever te gaan vissen met de modernste technieken. Er wordt in Europees verband ook gesproken over een aanlandplicht zodat de omvang van de zaak precies bekend wordt en de discards mee kunnen gaan tellen bij het vaststellen van TAC’s en quota. Bleker vindt dat de kottervisserij op dit punt niet goed bezig is en al die jaren niets aan het probleem heeft gedaan. Hij kreeg steun van de VVD, maar zijn collega Koppejan van het CDA was niet blij met de staatssecretaris en met de VVD en is bang dat de visserijbedrijven kapotgemaakt zullen worden. Ook de SGP was niet blij met de uitspraken van Bleker. Deze las verder nog voor dat op elke kilo schol, 1,3 kilo ondermaatse en andere vis dood terug in zee gaat. Er gaat dus minstens net zoveel vis dood terug als er wordt aangevoerd, “Dat kan toch niet” aldus Bleker. De Kottersector probeerde uit alle macht de gegevens van Bleker te bagatelliseren en vindt dat Nederland weer eens het braafste jongetje uit de klas wil spelen. In andere landen begrijpt men daar niets van was het verwijt. Ook wordt er een rapport aangehaald dat stelt dat de goede stand van zeevogels te danken is aan het overboord gooien van discards. Veel zeevogels leven in gebieden waar veel gevist wordt, geschat wordt dat rond de Noordzee tussen de 2,5 en 3,5 miljoen zeevogels deels leven van de door de visserij verspilde discards. Men haalt er zelfs Natura 2000 bij, alsof deze toestand iets met echte natuur te maken zou hebben.

Bronnen: Telegraaf, Visserijnieuws, Het Visblad.

Oktober 2011. Kweken van platvis is booming business maar niet zonder risico. Van de wereldwijde visconsumptie wordt hiervan nu ongeveer de helft geleverd door de aquacultuur, dat is eigenlijk enorm en dat getal stijgt ieder jaar nog steeds. Daarvan is 60% uit de kweek in zoet water (en daarvan weer meer dan de helft karper en karperachtigen, en de rest bestaat voor een groot deel uit meervallen en forel). Palingkweek is maar minmaal op wereldschaal. Dat betekent dus ook dat 40% van de viskweek in zout water plaatsvindt. Hiervan is een groot deel zalm maar de kweek van kabeljauw en andere vissoorten als snapper en vooral platvis groeit snel. Platvis kweek wordt voornamelijk met tarbot, heilbot en steeds meer ook tong gedaan. Er is echter een groot risico aan verbonden. Voorbeelden daarvan hebben we in het verleden al met zalm gezien. Ontsnapte vissen uit een kwekerij blijken wel degelijk ook in het buitenwater goed te kunnen overleven en gaan aan het voortplantingsproces deelnemen. Daardoor brengen ze voor dat gebied vreemde genen in de populatie, wat grote invloed kan hebben op het immuun systeem en de gewoontes van de plaatselijke soort. Deze populaties zijn namelijk vaak plaatsgebonden aan een bepaald zeegebied, binnenzee of zeearm. Denk daarbij aan jaarlijkse trek en paaigewoontes, maar ook aan verhoogde kwetsbaarheid voor ziekten en parasieten, die van oorsprong in dat gebied niet of minder voorkwamen. Biologen willen daarom toe naar regelgeving waarin, naast het voorkomen van ontsnappingen, ook verplicht wordt te gaan werken met moederdieren die uit de plaatselijke populaties van de viskwekerij komen.

Bronnen: Telegraaf, Visserijnieuws, Het Visblad.

September 2011. Volgens de Zeehondencrèche in Pieter Buren zijn er bij de telling in augustus weer flink meer zeehonden in de Waddenzee geteld, namelijk 6900 waarvan 5400 gewone en 1500 grijze zeehonden. Dat is weer ruim 1000 meer dan vorig jaar. Wel is de conditie slechter geworden, vooral ten gevolge van de toename van de longworm, een parasiet die steeds vaker voorkomt bij zieke zeehonden en jonge dieren.

Overbevissing van kabeljauw. Een van de meest besproken en bekende voorbeelden van overbevissing is die van de kabeljauw bij Newfoundland (Canada). In de jaren ’50 en ’60 van de vorige eeuw nam de visserijdruk daar enorm toe, ook door buitenlandse vissersschepen, met name uit Spanje, Frankrijk en de Sovjet-Unie en de kabeljauw kon niet op. Het gevolg bleef echter niet uit, de stand nam sterk af en in een poging de lokale vissers te beschermen breidde de Canadese regering als een van de eerste landen, de kustzone van 12 mijl uit naar een visserijzone van 200 mijl, iets wat nu vrijwel elk land ter wereld heeft gedaan. Daarbinnen mogen buitenlandse schepen alleen nog met een vergunning van de overheid, (dus toestemming), vissen. Voor Europa geldt overigens ook een EU-zone van 200 mijl waarbinnen in principe alle EU-landen vrij mogen vissen. Rond IJsland is deze eenzijdig ingestelde nieuwe zone in de jaren ’70 en ’80 nog aanleiding geweest voor een heuse visserijoorlog tussen Groot-Brittannië en IJsland. Maar terug naar de kabeljauw. De nieuwe visserijzone hielp niet echt omdat de lokale vissers werden aangemoedigd in nieuwe schepen en uitbreiding te investeren en zo werd de visserijdruk zelfs nog hoger. Het gevolg was dat de kabeljauwstand rond 1990 volledig in elkaar stortte en zelfs met uitroeiing werd bedreigd. In 1992 kwam de Canadese overheid dan ook met een totaalverbod op de kabeljauwvangst voor iedereen in de wateren ten noorden en oosten van Newfoundland. Ook dat hielp aanvankelijk echter nauwelijks. De reden was volgens biologen het zogenaamde predator-prooi-omkeringsprincipe. Waar voorheen de kabeljauw de prooivissen kort hielden konden deze laatsten zich nu zonder beperkingen vrij voortplanten en de volwassen prooidieren als haring, wijting, platvis en zelfs zandspiering vraten nu de meeste kabeljauwlarven en eieren op waardoor er nauwelijks aanwas was. Van sommige prooisoorten was de stand zelfs gegroeid tot 900% van de oorspronkelijke normale stand. Het gevolg uiteindelijk was echter een gebrek aan plankton, het hoofdvoedsel voor deze prooivissen, waarschijnlijk ook mede veroorzaakt door de opwarming van de aarde, waardoor het water op de beroemde Newfoundland Bank de laatste 20 jaar met ongeveer 1,5 graden is gestegen. Ook dat betekende minder plankton productie tijdens de zomers. De zaak begint nu (2010) langzamerhand te herstellen, de watertemperatuur is ook weer iets afgenomen net als het aantal prooivissen sinds 1999. De overlevingskans van jonge kabeljauw neemt dus langzaam weer toe. De laatste 3 jaar lijkt het langverwachte herstel langzaam van de grond te komen, de kabeljauwstand is nu op een punt aangekomen van ongeveer 34% van de stand in de jaren ’70 en ’80. Ook de stand aan schelvis, net zo bedreigd, neemt weer toe. Of dit een herstel is naar de historische aantallen is nog niet te voorspellen.

Het bovenstaande verhaal geldt misschien wel in gelijke mate voor onze zuidelijke Noordzee. Ook hier is de haringstand zeer sterk toegenomen, is er nog nooit zoveel schol geweest volgens de beroepsvissers (al merken we daar aan de kust niets van), en wordt er dit jaar ook weer veel spiering (al jaren niet meer voorgekomen), gevangen. Ook de temperatuur van het zeewater is de laatste 15 jaar stijgend. Maar het al meer dan 5 jaar in werking zijnde kabeljauwherstelplan van de EU werkt tot nu toe niet, de stand blijft op een laag pitje. Wel wordt er in de noordelijke Noordzee en bij Noorwegen weer veel meer kabeljauw en ook schelvis gevangen, maar ook in de Oostzee is het nog huilen met de pet op. Overigens wordt de kabeljauw wel door biologen ingedeeld in verschillende populaties, en de zuidelijke Noordzee heeft een eigen populatie.

Conclusie: is er nog hoop, ja er is nog hoop, maar de visserij zal nog verder om moeten schakelen naar een duurzaam beheer van alle visbestanden, want uit het bovenstaande verhaal blijkt toch wel één ding, namelijk dat alles met elkaar in verband staat en dat er een delicaat evenwicht bestaat, dat heel snel uit balans is te brengen en waar we in het verleden met zijn allen als een kip zonder kop doorheen gewalst zijn.

Augustus 2011. Hoe dom kun je zijn. Dat sommigen mensen niet goed weten waarmee ze bezig zijn en zonder goed na te denken hun eigen leven en dat van anderen, in dit geval redders, in gevaar brengen zonder goede reden blijkt uit de volgende 2 verhalen.

In april krijgt een sportvissersboot (wrakkenvisser) op 70 kilometer (!!!!) uit de kust van België, motorpech en roept de Belgische Kustwacht op om assistentie. Die biedt aan om de man met de reddingsboot (gratis uiteraard) naar de dichtstbijzijnde haven Zeebrugge te slepen. Dat wordt echter geweigerd, het weer was goed, er was geen noodsituatie en men wilde naar de Roompot (Oosterscheldedam) in Nederland gesleept worden, waar ze te water waren gegaan. Aangeboden sleepboothulp naar de Roompot door de bergingsfirma Multraship uit Terneuzen (sleepkosten) werd ook geweigerd. Men liet zich op de vloedstroom richting Nederland drijven en riep daarna de Nederlandse Kustwacht aan, om hulp van de KNRM (kosteloos), in te roepen om alsnog op de gewenste plaats te komen. Het Kustwachtcentrum kon niet anders dan het reddingsstation Neeltje Jans te alarmeren en men werd op de trailerhelling van de Roompot afgeleverd door de reddingboot van de KNRM, die met zijn bemanning van vaak uit hun werk geroepen vrijwilligers hiervoor enkele uren in touw was. Intussen was het hele verhaal natuurlijk bekend geworden en men heeft dit bestempeld als misbruik en voor de sleephulp is een tarief van 4300 € in rekening gebracht. Verder is er aangifte gedaan voor het misbruik van hulpverleningsdiensten. Daarmee heeft men willen aangeven dat redders altijd oproepbaar zijn en altijd zullen varen maar dat kosteloze hulpverlening zijn grenzen kent. Benadrukt werd nog maar eens dat wie in nood verkeert, ten allen tijde kosteloos wordt geholpen.

Tijdens Pasen (wind NO4) wordt op het Markermeer bij Volendam een onbemande rubberboot gevonden. Een grootscheepse zoekactie wordt gestart en al snel zoeken onder leiding van de reddingboot P85, zes schepen en twee helikopters (van de Politie en de Marine) naar drenkelingen. Na intensief zoeken wordt uiteindelijk om 16.30 uur de zoekactie afgeblazen, er is niets gevonden. Om 17.20 uur krijgt men dan een telefoontje dat de eigenaar zich heeft gemeld. Hij heeft de hele zoekactie via de Marifoon gevolgd maar durfde zich niet te melden omdat hij niet in het bezit was van een bedieningscertificaat. Hij heeft dit later per telefoon alsnog gedaan toen de actie was afgeblazen, om zijn rubberboot te kunnen ophalen. Het verhaal vertelt verder niet of hij ook de rekening gepresenteerd heeft gekregen die in dit geval waarschijnlijk ver boven de 10.000 € zal hebben bedragen. Hij is wel donateur van de KNRM geworden.

Juli 2011. Het gaat ook volgens de biologen nu erg goed met de platvisbestanden op de Noordzee. De vissers roepen dat al een poosje en de biologen hebben de cijfers voor schol nu zelfs achteraf naar boven aangepast. Ook tong gaat vooruit en dat er weer veel schar is weten we als sportvisser ook al. Wat schol betreft, die kunnen we aan de kust nog steeds niet vangen, ondanks berichten dat de scholstand de laatste 50 jaar niet zo groot is geweest, wat vroeger wel het geval was. 50 jaar gelden was een scholletje aan de hengel vanaf de kust de meest gevangen platvis, zeker in voorjaar en zomer. In Zeeland ving je op de Oosterschelde en Grevelingen vrijwel uitsluitend schol met af en toe een bot er tussendoor, voor schar moest je in najaar en winter zijn. De quota’s voor schol en tong gaan volgens de afspraken nu weer met 15% omhoog, maar de vissers willen meer. De redenering is dat de schol nu al op het MSY niveau zit, het niveau waar de Europese Commissie vanaf 2015 mee gaat werken en dat de quota’s gaat bepalen aan de hand van de maximale duurzame vangst (MSY). Volgens dit systeem zou er dan nu al veel meer schol gevangen mogen worden. De Noren houden dit voorlopig echter nog tegen. Hetzelfde verhaal geldt voor de haring, ook daar gaat het erg goed mee, zo goed zelfs dat er volgens MSY volgend jaar 2 keer zoveel haring gevangen zou mogen worden dan met het huidige systeem plus 15%. De Noren willen hier wel over praten. Wat de visserijministers dit najaar gaan beslissen is dus nu afwachten. Voor tarbot en griet (zwartvis noemen de vissers het) is het voorstel om de quota gelijk te houden hoewel men eigenlijk niet goed weet hoe deze bestanden er voor staan. Ze zijn meestal een welkome bijvangst van de schol- en tongvissers.

Met makreel gaat het ook nog steeds zeer goed, ook dat merken we als sportvissers in elk geval wel. Daarover is echter wel ruzie met IJsland en de Faeröer, die eenzijdig de toegestane te vangen hoeveelheden sterk hebben verhoogd, tegen de afspraken met Europa en Noorwegen in.

Wat wel duidelijk is dat het met de kabeljauw en wijting nog steeds niet wil vlotten. Canadese vissers, waar het probleem ook speelt, geven nu de schuld aan de sterk toegenomen populaties van zeehonden. Biologen denken dat de enige maatregel om de kabeljauw weer zo snel mogelijk (2014) binnen veilig geachte biologische grenzen te krijgen is, om een volledige stop van de vangsten in te voeren. Als er zo’n maatregel genomen zou worden zou die waarschijnlijk ook voor de sportvisserij gelden. Overigens nemen de standen in de Noordelijke Noordzee en de Oostzee weer wel snel toe, ook na vangstbeperkingen en gesloten gebieden.

Verder goed nieuws is trouwens dat de tongjaarklasse van 2009, die komende winter in de vangst komt (dus de maat van 24 cm haalt), vrij sterk is. Dat belooft wat voor de vangsten aan de kust, die op dit moment ook al een stuk beter zijn dan de afgelopen jaren, ondanks de sterk toegenomen visserijdruk van de staandwantvissers op tong.

Al met al kunnen we concluderen dat de Noordzee weer in steeds beter conditie komt, mede dankzij de strenge regels en saneringen van de vissersvloot van de laatste jaren.

Een maatregel waar nu sterk over gediscussieerd wordt is het beperken van discards, dus ongewilde bijvangst van allerlei zeedieren en vooral ook te kleine jonge vis van allerlei soorten, die meestal dood weer overboord gaan. Ook bijvangst van vis waarvoor men geen quotum (meer) heeft hoort hierbij. Men denkt aan toezicht via camera’s aan boord of verplichtte aanlanding zodat ze meegerekend gaan worden met het quotum voor die bepaalde soort.

Wat ons betreft mogen er nu ook wel eens maatregelen komen voor de zeebaars, want na een schitterende visserij de laatste 10 jaar komt de zeebaarsstand zwaar onder druk te staan, wat te merken is aan de vangsten van sportvissers. Ook voor zeebaars moet er een quotum komen (bestaat nog niet) voor de staandwantvissers. Verder bescherming van de overwinteringgebieden, waar nu alles door de kanaalvissers en o.a. uit Arnemuiden in de winter wordt weggesleept. Verder een verbod op staand want in de kustzone van 250 m, zoals bv. in Denemarken en Engeland. Sportvisserij Nederland pleit hier al enkele jaren voor. Daardoor worden ook de zalm en zeeforel beschermd. De stand van deze vissen op de rivieren, die door Duitsers en Zwitsers met grote moeite en miljoenen aan maatregelen geprobeerd wordt te herstellen, moeten ook bij ons een redelijke kans maken de rivieren te bereiken. Nu sneuvelen er onbekende aantallen in de netten van de kustvissers, ook van de hobbyvissers met netten langs het strand, omdat deze vissen meestal heel dicht onder de kust naar de riviermondingen trekken. Veel meer dan men zich kan voorstellen kan ik uit eigen waarneming vertellen, iets wat angstvallig geheim wordt gehouden. Een verbetering is in elk geval wel dat het Kierbesluit, het op een kier zetten van de Haringvlietsluizen, nu toch wordt uitgevoerd, onder druk van de 1e Kamer die vindt dat Nederland zich aan afgesloten internationale verdragen moet houden en ook onder de dreiging van torenhoge schadeclaims uit Duitsland, Frankrijk, Luxemburg en Zwitserland, die zoals gezegd al veel dure maatregelen voor het herstel van de zalmstand hebben genomen. Nederland zou in verband met de bedreiging van de palingstand aan deze landen een voorbeeld mogen nemen, alle maatregelen die tot nu toe worden genomen zijn er eigenlijk alleen maar op gericht om op paling te kunnen blijven vissen door het beroep en niet op een zo snel mogelijk herstel van de palingstand. Wat dat betreft mogen we blij zijn dat de Sportvisserij nu al weer enkele jaren het goede voorbeeld heeft gegeven door te stoppen met het vissen op paling en terugzetten te verplichten op de wateren waar de Vispas geldt. Niet alle sportvissers zijn het daar mee eens en niet helemaal onterecht als je ziet dat het Beroep gewoon doorgaat met paling vangen, weliswaar met steeds meer beperkingen, maar zoals gezegd met alle maatregelen alleen gericht op het blijvend kunnen vissen op paling. De rol van de overheid daarbij is echter zeker zo belangrijk, die moet de sector gaan saneren en met redelijke vergoedingen zorgen dat de betreffende beroepsvissers ook zonder problemen, in elk geval tijdelijk voor een aantal jaren kunnen stoppen zonder financieel aan de grond te raken. De visserij en visrechten vormen meestal ook hun pensioenvoorziening en daar moet we als sportvissers ook begrip voor op kunnen brengen.

Kortgeleden heeft een Belgische garnalenkotter (BOU 7) uit Boekhoute in de monding van de Westerschelde een sportvisbootje, dat in het donker lag te vissen, overvaren. De schipper verklaarde de sportvissers nooit te hebben gezien, ook geen lichtjes en als ze al licht op hadden viel dat misschien weg tegen de achtergrond van de lichten van Breskens. Het bootje werd helemaal omgetrokken en zonk bijna onmiddellijk. De twee sportvissers raakten te water en werden na 10 minuten door de tweekoppige bemanning van de BOU 7 uit het water gehaald, die eerst de tuigen binnenboord moesten halen voordat er gemanoeuvreerd kon worden. De via de verkeerscentrale gewaarschuwde KNRM heeft later de sportvissers opgehaald van de kotter en naar Breskens gebracht. Wijze les is dat je voldoende licht moet voeren als je ’s nachts gaat vissen en toch altijd alert blijft en op het ergste rekent. Hou altijd zwemvesten bij de hand en ook een lichtsignaal, zodat men je in het donker kan vinden. Zelfs bij mooi weer ben je zo afgedreven als het 10 minuten duurt voor men kan gaan zoeken en zonder licht ben je kansloos. Bovendien is het ook in de zomer met water van 18 graden erg koud in het water. Zelfs met overlevingspak hou je het maximaal 2 uur uit.

Juni 2011. Opvallend. Eind 19e eeuw, rond 1900 waren er veel oesterbanken op het Wad. Ze zijn verdwenen door ziekte en overbevissing. De nieuwe oesterbanken van de laatste jaren, van de Japanse oesters, liggen op precies dezelfde plaatsen als die van 100 jaar geleden.

Mei 2011. Garnalenvissers zitten gigantisch in de problemen doordat de prijzen in elkaar zijn gestort. Er worden zoveel garnalen gevangen en aangevoerd dat ze niet meer te verkopen zijn. Ook is er nog een grote diepvriesvoorraad bij de handel van afgelopen winter. Eigenlijk moet daarvan elke week 250 ton worden opgemaakt om in september weer afgebouwd te zijn. Maar er worden wekelijks zoveel garnalen aangevoerd dat deze voorraden alleen maar groter worden. Afspraken door de vissers en hun organisaties worden echter zwaar bestraft door de NMA, die vrije concurrentie voorstaat. De situatie is nu zo dramatisch geworden dat er besloten is minstens enkele weken alle schepen aan de kant te houden. Men hoopt dat ook de Duitse en Deense vissers zich daarbij aansluiten. Ook schakelen veel vissers over op de vis. De consequentie is dat ook de visprijzen, die ook al laag zijn door de concurrentie uit de rest van de wereld nog verder onder druk komen. Ook de hoge olieprijzen van dit moment werken niet mee. Als dit te lang gaat duren gaan er zeker bedrijven failliet is de mening. Alleen een nieuwe saneringsronde zou uitkomst kunnen bieden, maar is dat wel zo.

Canadese wetenschappers hebben dit scenario al jaren geleden voorspeld. Als de visserij zo door blijft gaan zitten er over 30 jaar alleen nog kwallen en krabben in zee, zo beweerden ze destijds. En garnalen behoren tenslotte tot de krabbenfamilie (in Duitsland worden ze zelfs Krabben genoemd). Volgens de vissers zijn er zoveel garnalen omdat hun natuurlijke vijanden de kabeljauw en wijting op dit moment vrijwel verdwenen zijn uit de zuidelijke Noordzee. Sommige vissoorten zullen tijdelijke oplevingen zien maar de gevarieerde visstanden van het verleden zullen uiteindelijk door de overbevissing en de manier van bevissing verdwijnen. Alle grotere vissen worden immers constant en systematisch uit de bestanden weggevangen door de maaswijdtes, vaak al voordat ze een keer aan het paaiproces hebben deelgenomen. Verder worden enorme hoeveelheden jonge vissen als discards weer dood overboord gezet. De vissers praten daar niet graag over maar de verspilling is echt enorm, en wordt in gewicht uitgedrukt, maar bedraagt in aantallen vrijwel zeker meer dan 90% van de vangsten. Oplevingen in de bestanden zien we op het ogenblik bij de haring, de schol en de makreel waarvan de standen op dit moment goed zijn. Dat wordt net als bij de garnalen weer veroorzaakt door het gebrek aan concurrentie van andere vissoorten omdat die gedecimeerd zijn, en ook omdat ze enkele jaren flink beschermd zijn geweest door strenge quota’s. Het gevolg zal zijn dat ze vervolgens weer zwaarder bevist gaan worden en uiteindelijk leidt dat tot de ondergang van de gehele visstand.

Een oplossing is ver weg maar kan alleen gevonden worden door een drastische aanpak, een revolutie in de visserij. Te denken valt aan het sluiten van hele gebieden tijdens de paai maar ook van gebieden die bekend staan om de goede groei van vissen, (denk daarbij aan riffen en gebieden met veel wrakken), zodat een deel van de soort weer kan opgroeien tot normale lengtes voor de soort en via de paai kan bijdragen aan de natuurlijke selectie. Nu is het zo dat alleen nog de kleinere exemplaren van een soort aan de paai deelnemen, zij komen door de mazen heen terwijl de snelle groeiers allemaal in de netten komen. Tenslotte moet er wat gedaan worden aan de discards. Er wordt gedacht aan verplichte aanvoer en controle met camera’s aan boord, zodat ook de discards mee gaan tellen voor het quotum.

Het zijn maatregelen die niet goed vallen bij de vissers en ook moeilijk uit te voeren zullen zijn. Het uiteindelijke antwoord zal door de markt gegeven worden, saneringen zullen waarschijnlijk niet te voorkomen zijn.

Windmolenparken zijn volstrekt onbetrouwbare, extreem inefficiënte en geldverslindende objecten en dus volkomen zinloze monsters die ook nog eens het landschap totaal verzieken.

Deze conclusie is niet afkomstig van een oliemaatschappij maar van de Britse Milieu organisatie John Muir Trust. Deze groene stichting heeft onderzoek gedaan naar het effect van windmolens op de energieleverantie van traditionele centrales en de uitkomsten logen er niet om. In meer dan de helft van de tijd ligt de stroomopbrengst van de molens beneden de 20% van hun capaciteit. Als het wel waait valt dat heel vaak niet samen met pieken in het elektriciteitsnet, zoals ’s nachts, waardoor het elektriciteitsnet deze energie niet op kan nemen omdat de gewone centrales zelf al op hun minimumniveau draaien en niet minder kunnen. Omdat er steeds grote schommelingen optreden in de door de windmolens geleverde energie kunnen de gewone centrales namelijk niet stilgelegd worden, maar moeten blijven draaien op een laag pitje. Toch worden er door de hele EU nog steeds miljarden geïnvesteerd in windmolenparken, een financieel zelfmoordprogramma volgens deze organisatie. In de Amerikaanse staat Texas heeft dit al tot grote problemen geleid in de elektriciteitsvoorziening, omdat de pieken in de elektriciteit vaak vallen op dagen als het warm is (o.a. veel airconditioners die dan op volle toeren draaien), maar juist dan is er weinig wind en andersom).

Kierbesluit Haringvliet. De 1e Kamer is niet akkoord gegaan met het afblazen van het Kierbesluit zoals door de minister en de 2e Kamer is besloten. De senatoren vinden dat Nederland destijds langjarige internationale afspraken heeft gemaakt over het openzetten van een deel van de Haringvlietsluizen en daar niet zonder meer op terug kan komen. Het kabinet heeft juist besloten om uit bezuinigingsoverwegingen eerst te gaan onderzoeken of de intrek van vissen uit de Noordzee naar de rivieren via de Nieuwe Waterweg en het Hartelkanaal mogelijk een betere optie is. Aan de uitvoering van het Kierbesluit hangt namelijk volgens staatssecretaris Atsma een stevig prijskaartje, in de orde van 10-20 miljoen. De echte reden is echter dat het CDA de boeren (LTO) in het gebied wil beschermen die bang zijn voor overlast van brak water. Dat Nederland echter geconfronteerd gaat worden met torenhoge financiële claims vanuit Duitsland, Zwitserland en Frankrijk lijkt intussen wel duidelijk. Dat gaat dan om honderen miljoenen. Vooral de Duitsers en Zwitsers hebben vele miljoenen gestoken in het weer geschikt maken van de rivieren voor zalm, zeeforel en andere trekvissen. Ook zijn er al miljoenen jonge zalmpjes opgekweekt en in de Rijn en zijrivieren uitgezet. Hoe dit alles gaat aflopen is nog niet bekend. Wel wordt er door onderzoeksinstituten gezocht naar mogelijke oplossingen, via de Grevelingen en het Oosterscheldegebied, door rivierwater voortaan weer via deze natuurlijk delta naar zee te gaan leiden, wat dan tevens moet zorgen voor een natuurlijke doorstroming van de Grevelingen, waar nu in de diepe gaten door het stilstaande water dood water ontstaat door stratificatie en dus zuurstofgebrek onderin.

April 2011. Wilde kabeljauwen en koolvis die zich ophouden rond de kooien met kweekzalm (o.a. in Noorwegen), blijken tot 2 keer zo hoge concentraties aan giftige stoffen te bevatten dan wilde exemplaren die op andere plaatsen verder weg van de kooien gevangen worden. De reden is dat ze mee-eten van de gemorste voerpellets die bedoeld zijn voor de kweekzalm. Bijna de helft van deze vissen had wel voerpellets in de maag.

Aan de Nederlandse kust spoelen relatief veel dode bruinvissen aan vergeleken met andere landen. Afgelopen jaar ongeveer 400, terwijl in landen als Engeland met hun veel langere kustlijnen dit slechts 200, en in Frankrijk en Denemarken niet meer dan 130 is. De reden is waarschijnlijk de zeer intensieve staandwantvisserij, die in Nederland de laatste jaren sterk is uitgebreid, tot op het strand aan toe, terwijl er misschien ook meer bruinvissen in onze regio voor komen. De sector probeert hier met allerlei onderzoek wat aan te doen, zo werd er in de eerste week van april een Soortbeschermingplan voor de bruinvis gepresenteerd op het ministerie van EL&I.

Overtreders van het vangstverbod op paling (en wolhandkrab) in vervuilde gebieden riskeren zeer hoge boetes, ook sportvissers. Let dus op, ook het Noordzeekanaal en de binnenhaven van IJmuiden vallen hier onder. Men mag hier niet meer vissen met fuiken, kistjes, peur enz. maar ook paling die men met de hengel vangt valt hier onder. Deze moet men onmiddellijk terugzetten. Wordt men vissend met de hengel aangetroffen met paling in zijn bezit dan riskeert men een boete van 19.000 Euro, U leest het goed. Het wordt namelijk beschouwd als een economisch delict, dat de volksgezondheid bedreigt. Beroepsvissers riskeren zelfs een boete van 76.000 Euro.

Afrikaanse kustvissers die vaak nog met wankele bootjes en kano’s de zee op gaan, klagen steen en been dat er nauwelijks nog vis is te vangen. Ze leggen de schuld bij de grote trawlers van ook Nederlandse reders die voor een habbekrats alle vis voor de kusten van Marokko, Mauritanië, Senegal en de Kaap Verdische Eilanden wegvangen. Europese vissers betalen daarvoor aan de betreffende landen via verdragen van de Europese Commissie (dus met ons belastinggeld) flinke bedragen aan de regeringen van de betreffende landen, maar dat geld komt uiteraard niet terecht bij de kleine kustvissers van deze landen.

Maart 2011. De rechtbank in Rotterdam heeft uitspraak gedaan in een beroepszaak die het Productschap Vis had aangespannen tegen het verlenen van vergunningen voor 9 windmolenparken voor de kust. Daarbij zouden veel goede visgronden voor de zeevissers verloren gaan. Volgens de rechter kan op de aangewezen plaatsen wel niet meer worden gevist, omdat er tussen de windmolens en in de veiligheidszone rondom niet gevaren en gevist mag worden, maar dragen deze gebieden juist bij aan een verbetering van de visstand, omdat het voor sommige vissoorten een toevluchtsoord wordt. Vooral wordt dan gedacht aan bijvoorbeeld de kabeljauw, die het moeilijk heeft, en in deze gebieden rust vindt en paaiplaatsen op de stenen die rond de voet van de molens gestort worden. Daardoor kan de visstand in de rest van de Noordzee juist een positieve impuls krijgen, aldus de uitspraak van de rechter.

Februari 2011. De Visserijsector en dan vooral de Kustvissers zijn in grote beroering vanwege de plannen voor de Natura 2000 gebieden. Vooral de boomkorvissers krijgen het zwaar te verduren en mogen vanaf 2014 helemaal niet meer in deze gebieden vissen met wekkerkettingen. 10% van het gebied wordt verder voor alle visserij gesloten en 25% voor alle bodemberoerende visserij, waaronder ook de garnalenvissers vallen. Alleen staandwantvisserij is vrijwel overal toegestaan. Het gaat dan om de als Natura 2000 gebieden aangewezen kustzones vanaf Bergen naar het noorden richting Duitsland, de Waddenzee en de Vlakte van Raan (bij Zeeland). Wat Petten betreft valt het hele gebied voor Petten onder de regeling, de hele kustzone dus inclusief de Pettemerplaat. Ook de Noorderhaaks met de Razende Bol en het Eierlandse Gat vallen er onder. De windmolenparken voor de kust van Egmond liggen er buiten maar daar mag sowieso niet worden gevist. In deze Natura 2000 kustzone moet de natuur de komende 6 jaar volgens de plannen weer hersteld worden, daar zijn de maatregelen dan ook op gericht. Uiteraard voelt de visserijsector daar niets voor want het betekent enorme beperkingen en een lappendeken van gebieden op de kaart waar veel vissers niet meer mogen komen. Ze eisen daarvoor compensatie en de mogelijkheid om na die 6 jaar de zaak alsnog bij te stellen, als blijkt dat de schade aan de bodem en natuur meevalt of niet is aan te tonen. De Natuurorganisaties willen echter dat de maatregelen 40 jaar gelden en daarna pas kijken hoe het zich heeft ontwikkeld. Visserij blijft alleen mogelijk als de vissers voldoende kunnen aantonen dat ze duurzaam bezig zijn. Wat dat precies betekent weet eigenlijk ook niemand maar één ding is duidelijk, de visstand en het bodemleven moet waar nodig worden hersteld en daarna mag alleen nog zodanig worden gevist dat die niet meer bedreigd kunnen worden en er alleen nog duurzaam wordt geoogst. Een argument van de vissers is onder andere dat het zo goed gaat met bijvoorbeeld bruinvissen en zeehonden dat die geen extra bescherming meer nodig hebben. Letterlijk werd er gezegd: “Je kan niet vragen aan de visserij om op te zouten als het daar juist goed mee gaat. Die beesten vreten zich driemaal een slag in de rondte”. Misschien hebben ze daar wel een goed punt. In elk geval wordt waarschijnlijk in maart een akkoord getekend tussen de overheid, Natuurorganisaties en Vissersbond, waarbij de laatste nog flink tegensputtert maar toch akkoord zal moeten gaan om te kunnen blijven vissen.

Januari 2011: Er wordt op het ogenblik erg veel schol gevangen op de Noordzee, waardoor de prijzen erg laag zijn en grove schol vaak zelfs wordt doorgedraaid. Vaak krijgen de vissers voor schar zelfs nog betere prijzen, iets wat tot nu toe nooit voorkwam. Daardoor wordt er nu ook veel meer schar en bot aangevoerd. Met de garnalen is het al hetzelfde, grote garnalenvangsten en zeer lage prijzen, men klaagt steen en been en men gaat steeds meer aanvoeren want ze zijn gemakkelijk te vangen, waardoor de prijzen nog verder omlaag gaan. Spiering echter mag wegens de zeer lage stand dit jaar weer niet worden gevangen. Het lijkt wel of alle vis in het IJsselmeer en de Waddenzee op is. De reden???

December 2010: De TAC’s of toegestane vangsthoeveelheden (quota’s) voor de Nederlandse vissersvloot voor 2011 zijn weer vastgesteld. Daarbij zijn geen al te grote verschuivingen te zien. Tong blijft gelijk, en schol mag wat meer gevangen worden net als haring. Wat voor ons sportvissers wel belangrijk is, is dat de vangst van kabeljauw wordt gekort en wel met 20 %. Nederlandse vissers mogen volgend jaar nog 2575 ton kabeljauw vangen (dat was 3219 ton). Dat komt omdat er nog steeds geen sprake is van noemenswaardig herstel van de kabeljauwstand, ondanks de maatregelen die nu al een aantal jaren gelden. Vooral met de schol, haring en makreel gaat het wel goed terwijl de andere vissoorten een beetje gelijk lijken te blijven. Kabeljauw en ook wijting willen ondanks maatregelen maar slecht herstellen. Verder is alleen blauwe wijting (die op de oceaan wordt gevangen) er slecht aan toe. Deze TAC wordt dan ook met ruim 90% verlaagd. Met dit akkoord van de Europese Visserijraad is ook besloten dat er meer schepen (42) over mogen schakelen op de elektrische pulsvisserij op platvis en dat het aantal zeedagen dat alle kotters samen mogen vissen weer iets omlaag gaat.

De Europese Commissie heeft besloten dat er vanaf 2015 gevist moet worden volgens het principe van MSY, dat is maximaal duurzame opbrengst. Dat geld voor alle visserijen in alle Europese wateren. Daar worden dan voortaan ook alle quota’s (TAC’s) op gebaseerd. Dat betekent dat er voor elke vissoort een maximaal haalbare vangst per jaar wordt vastgesteld. De visserij inspanning mag dus niet zo groot worden dat de visstand afneemt, maar dient maximaal zo groot te zijn dat de visstand op een stabiel niveau blijft, waardoor er voor de overgebleven vissers ook een economisch verantwoorde visserij door de jaren heen mogelijk wordt (duurzaamheids principe).

November 2010: Het wrak van de Vinca Gorthon is dit jaar uit de Noordzee opgevist. Het ligt op ongeveer 30 km west van Petten en omdat het op een diepte van 25 meter lag en 10 meter boven de bodem uitstak was het een gevaar voor schepen met een diepgang van meer dan 12 meter. De berging kostte 22 miljoen Euro en werd gedaan door een Engels bergingsbedrijf. Volgens de laatste berichten zijn alleen de hogere delen van het wrak verwijderd en ligt er nog genoeg rommel op de bodem. Daardoor blijft het een prima stek om op te vissen al zal er misschien wat minder grote vis te vangen zijn in de toekomst. Wel liggen de wrakboeien nog steeds op dezelfde plaats dus is het nog steeds gemakkelijk te vinden. Of deze boeien daar ook in de toekomst zullen blijven liggen is niet bekend.

Zeevissers melden enorme haringscholen in het Engels Kanaal en de Zuidelijke Noordzee en klagen dat ze volgens de vastgestelde quota niet meer mogen vangen. Hetzelfde verhaal geld eigenlijk voor de schol. De biologen lopen kennelijk wat achter met hun voorspellingen en adviezen. Wat echter ook wel duidelijk wordt is dat het met de kabeljauw nog steeds niet beter gaat, wat dat betreft helpt het kabeljauwherstelplan dat nu al enkele jaren van kracht is nog niet veel. In het verleden was het altijd zo dat een slechte haringstand goed voor de kabeljauwstand was en andersom. Misschien geldt dat dus nog steeds.

Garnalenvissers vangen dit najaar massa’s garnalen, vooral in de zuidelijke Noordzee, nog nooit zoveel gevangen zijn de berichten. De aanvoer is dan ook enorm, waarbij ook nog veel kleintjes aangevoerd worden. De gevolgen laten zich raden, lage prijzen, volgens de vissers ver beneden de kostprijs, maar de aanvoeren blijven stijgen, ondanks dat verschillende Producenten Organisaties hebben gevraagd om niet meer dan 48 uur per week te vissen en alleen nog grote garnalen op de markt te brengen. Ruzies zijn het gevolg tussen Noord en Zuid en acties zoals bij Den Oever tegen schippers die zich niet aan de afspraken houden, boze gezichten in Duitsland en Denemarken en angst voor de NMA die met argusogen elke poging tot afspraken in het licht van de vrije concurrentie volgt. Dat alles is het gevolg van de onmacht van de garnalensector om te komen tot een goed managementplan voor alle vissers, waarbij dan tevens gestreefd kan worden om volgens de MSC richtlijnen te gaan vissen. Om die reden hebben de stichting De Noordzee en het Wereld Natuur Fonds de garnaal op hun nieuwe Viswijzer voor de consument nu van groen in het oranje gezet. Dat vanwege het feit dat de garnalenvissers ondanks afspraken in 2009, nog steeds geen vorderingen hebben gemaakt richting een meer duurzame visserij. Wel is gezegd dat de garnaal weer onmiddellijk terug in het groen komt als de visserij de afgesproken verbeteringen op korte termijn doorvoert.

Overigens is nu ook de pangasius op de Viswijzer in het rood gezet. Deze gekweekte vissoort, die vooral uit Vietnam wordt ingevoerd, staat intussen bekend omdat hij op grote schaal gekweekt wordt in het water van de Mekong rivier, een van de meest vervuilde rivieren ter wereld, en waarbij op grote schaal antibiotica wordt gebruikt, wat op termijn schadelijk kan zijn voor het weerstandsvermogen tegen bacteriële ziektes van de mens. Deze bacteriën passen zich namelijk steeds beter aan en worden resistent tegen antibiotica. Ook in de veehouderij, vooral bij varkens is dat een steeds groter wordend probleem. Ook wordt gewerkt met zeer slecht betaalde arbeidskrachten, zeg maar hongerlonen.

Bronnen: Telegraaf, Visserijnieuws, Het Visblad.

Oktober 2010: Vroeger was bot een geliefde vissoort, ook bij de visboer. Dat kwam omdat die dicht onder de kust veel voorkwam en een sterke vis is, die lang levend kon worden gehouden. Er werd gericht op bot gevist op de beide Scheldes, de Zuiderzee en Waddenzee en deze vis was dan ook erg populair en er werden goede prijzen voor betaald. Zo werd er in 1938 voor bot uit de Oosterschelde f 0,40 per kg betaald terwijl paling uit dat zelfde water toen voor f 0,70 per kg wed verhandeld. Dat veranderde pas toen er volop schol aan de markt verscheen.

Tegenwoordig is er weer volop schol in de Noordzee, al merken we daar aan de kust weinig van, ze worden voornamelijk in de wat diepere en noordelijker gedeelten van de Noordzee gevangen. En volgens de vissers is er meer dan genoeg schol op dit moment, en dat is wel eens anders geweest. Tot enkele jaren terug stond de scholstand onder zware druk, quota’s werden steeds naar beneden bijgesteld, en de markt voorzag in de tekorten door een toename van de import van goedkope visfilets uit Zuidoost Azië. Vooral uit Vietnam kwam een grote export op gang van tilapia en vooral pangasius, (pangafilet). De prijzen van deze eigenlijk minder smakelijke, maar goed uitziende vissoorten (dit zijn eigenlijk meervalsoorten), zijn echter zo laag geworden dat ook voor schol nu veel minder wordt betaald, ook al is de aanvoer nu weer een stuk groter geworden. Dat is voor de vissers een groot probleem, die vinden dat ze wel weer meer schol kunnen vangen, maar de prijzen zien ze alleen maar dalen en afgelopen voorjaar werd er zelfs al vaak schol doorgedraaid en vernietigd om de prijs te steunen.

Een goede scholvangst was eigenlijk ook vroeger niet zo normaal. De aanvoer van schol was vóór de goede jaren (van 1900-1960) niet zo erg hoog, zeker niet meer als nu. De schepen gingen nog niet zo ver de zee op en door de afstanden was het niet zo eenvoudig om deze vis op tijd aan de afslag te krijgen. Door de toename van de fosfaataanvoer door onze rivieren steeg de scholstand in de zuidelijke Noordzee in de jaren 1960-1980 echter spectaculair en door de beschikbaarheid van betere koelsystemen en snellere schepen kon men de vis ook beter goed houden en steeg de aanvoer op de visafslagen eveneens spectaculair. Gouden jaren voor de Noordzeevisserij dus, die dan ook steeds grotere en meer schepen in zette. Bot wilde men daardoor niet meer hebben. Door de afname van de fosfaten in de rivieren werden de vangsten na 1980 weer snel minder met als gevolg de bekende problemen met overbevissing, quota’s enzovoort.

De markt moet nu een manier zien te vinden om de toegenomen scholvangsten weer op een goede manier in de markt te zetten en het eten van schol weer populair te maken.

Voor de bot zal dat wel niet meer gebeuren, de prijzen voor bot zijn nog maar een schijntje en vooral in de Waddenzee lijkt de bot ook bijna verdwenen te zijn, en dient alleen nog als voedsel voor de zeehonden. Vangt U een mooie bot, probeer het weer eens, de smaak zal U niet tegenvallen. Een goede vriend van mij beweerde altijd: eet bot alleen in de 2e helft van het jaar, in het voorjaar is het snot. Laat ze niet doodgaan (stikken) maar slacht ze als ze nog levend zijn, en haal het zwarte vel eraf, anders smaakt de vis er naar. Tenslotte, eet geen bot die in dode hoeken van het Wad of de Schelde gevangen wordt (daar is het vaak modderig), die heeft vaak een grondsmaak want bot blijft vaak langer op een plek. Eet dus alleen bot die op de zandplaten leeft of van de Noordzee komt. Hetzelfde geldt voor bot die op het binnenwater gevangen wordt zoals het Noordzeekanaal of in de zeehavens. Bot van het IJsselmeer daarentegen is weer wel erg goed van smaak en kwaliteit.

Er is dit najaar grote beroering en zelfs oorlog in de garnalensector. De reden daarvoor zijn de enorme vangsten. Vissers zeggen nog nooit zoveel garnalen aangetroffen te hebben, vooral in de zuidelijke Noordzee. Naar het noorden toe zijn de vangsten minder, maar zijn nog steeds goed. In Duitsland en Denemarken echter zijn de vangsten niet bijzonder. Het gevolg is echter een enorme aanvoer (van vaak aan de kleine kant zijnde garnalen) en lage prijzen. Afspraken om niet meer dan 48 uur per week te vissen en per week maximaal 3 ton per schip aan te voeren worden door sommigen ontdoken, vooral de zuidelijke vloot en de in België geregistreerde schepen houden zich er niet aan. Ook gaat de NMA zich er mee bemoeien wegens verboden afspraken. Ook schakelen veel grote kotters tijdelijk over naar garnalen om een gemakkelijk te verdienen graantje mee te pikken. Kortom, zoals altijd weer opnieuw wordt de kip met de gouden eieren door hebzucht om zeep geholpen.

De inzet van de kottervloot (nog 397 schepen) in pk-dagen ligt weer op hetzelfde niveau als in 1970 namelijk op 40 miljoen. De piek lag in 1990 met 90 miljoen dagen. Overigens worden deze dagen nu wel efficiënter ingezet. Ook wordt de vloot steeds ouder, 80% is al ouder dan 10 jaar en 55% zelfs ouder dan 20 jaar. Dit betekent een aanzienlijke vermindering van de visserijinspanning. De vloot van kleine vissersbootjes is echter wel sterk toegenomen tot 338 waarvan 193 actief en daarmee is de kustvisserij dus sterk toegenomen. Wel is er sinds september 2009 een maximum gesteld aan het aantal licenties en het aantal netten per licentie, maar hoe controleer je dat en waarschijnlijk is dit dus een van de reden, en misschien wel de voornaamste dat de wrakken bij de kust de laatste jaren niets meer opleveren dan kleine vis. Ook neemt de zeebaarsstand de laatste jaren weer sterk af, zeker de grotere exemplaren zien we steeds minder. De totale opbrengst van deze staandwantvisserij wordt voor 2009 op 7,1 miljoen Euro geschat en de sector heeft een positief resultaat van ruim 1 miljoen Euro gehad.

Deze maand worden de installaties voor de invang van mosselzaad weer overal uit de Waddenzee verwijderd. De hele zomer hebben ze hun werk gedaan en waren overal de velden met meestal blauwe boeien te zien. Ze moeten voor 1 november van Rijkswaterstaat weer uit het water worden gehaald om problemen tijden winterstormen te voorkomen.

Bronnen: Telegraaf, Visserijnieuws, Het Visblad.

September 2010: Na de eerste week eind augustus van de jaarlijkse bedrijfssurvey van Imares, werd er heel veel tongbroed aangetroffen voor de kust van Nederland in de zuidelijke Noordzee. De volgende weken wordt respectievelijk in de Duitse Bocht en op de Doggersbank voor dit onderzoek gevist. In het verleden werd er na strenge winters al vaker geconstateerd dat er veel meer tongbroed was dan na normale winters. Wel is het zo dat in een strenge winter ook veel volwassen tong sterft door te koude watertemperaturen. Een en ander lijkt dus duidelijk verband met elkaar te hebben.

Op de Helderse Visserijdagen heeft Rijkswaterstaat een aantal Noordzeevissers uit Texel en Den Helder in het zonnetje gezet, omdat ze al meer dan 10 jaar vuil en afval dat ze opvissen in de Noordzee, verzamelen in grote bigbags, en meenemen naar de haven om afgevoerd te worden naar de vuilverwerking. In de afgelopen 10 jaar is op deze manier al ongeveer 800.000 kilo afval uit de Noordzee verwijderd. Het voorbeeld uit Den Helder heeft ook in andere visserijhavens navolging gekregen. In 12 Nederlandse havens doen nu 80 schepen mee aan dit project en zij halen met elkaar elk jaar ongeveer 300.000 kilo afval uit de Noordzee voor verwerking in de huisafvalcentrales.

Helpt U ook mee? U kunt U bijdrage leveren door het afval dat U op U visplaats aantreft mee te nemen en in een vuilnisbak te deponeren. Daarbij ga ik er uiteraard zonder meer vanuit dat U zelf Uw eigen afval altijd netjes mee naar huis neemt.

Bronnen: Noord-Hollands Dagblad, Visserijnieuws, Het Visblad.

Augustus 2010: Subsidie voor innovatie garnalenvisserij. Het ministerie van LNV heeft subsidie toegekend aan 8 projecten voor het verbeteren van de biodiversiteit. Enkele daarvan betreffen het vissen op garnalen. Zo is daar een hydrorig systeem in ontwikkeling, dat waterwervelingen opwekt waardoor de garnalen opspringen, het net in, waarbij het net niet of nauwelijks nog contact heeft met de bodem, het zweeft er als het ware overheen en verstoort dus het andere bodemleven niet. Een tweede project is de ontwikkeling van een overlevingsbak voor de bijvangst op garnalenkotters. Zo’n bak is al in gebruik bij alle palingvissers die met schietfuiken op het IJsselmeer vissen en voldoet daar goed. De vangst wordt in een overlevingsbak gegooid die de garnalen van de overige vangst scheidt waarna die ver onder de waterspiegel wordt teruggezet, wat de overlevingskansen aanzienlijk vergroot. De meeuwen hebben zo ook minder kans op een gemakkelijk maaltje.

Bij de palingvangst werkt de overlevingsbak volgens het principe dat de paling altijd naar het donkere gat zwemt en daar in verdwijnt, de bijvangst blijft achter. Hoe het met garnalen precies werkt is nog niet duidelijk gemaakt.

Regering beslist, er komt zand op de dijk. Minister Eurlings van Verkeer en Waterstaat heeft eind augustus de beslissing genomen om de door alle partijen gewenste zandvariant te gaan toepassen op de 2 zogenaamde zwakke schakels in de kustverdediging van Noord-Holland. Daarbij is de verhoging van de Pettemer- en Hondsbossche Zeewering dus van de baan en wordt de “zandvariant” toegepast. Daarbij wordt in 2012 begonnen met het aanleggen van een brede zandreep vlak voor de kust voor een bedrag van 250 miljoen Euro, en het duurt 3 jaar voor deze klus van Camperduin tot Grote Keeten klaar is. Deze zandrug wordt 50-70 meter breed en 3 meter hoog en is de eerste opvang voor de hoge golven die bij een zware storm dan in een vroeg stadium worden gebroken waardoor ze niet meer op volle kracht bij de dijk aankomen. Deze kan dan met de huidige hoogte voldoende veiligheid garanderen. Een gevolg zal zijn dat er waarschijnlijk ook veel zand op de dijk zelf terecht gaat komen en deze misschien wel helemaal onder het zand verdwijnt. Verder zal er een jaarlijkse reparatie van de zandrug plaats moeten vinden omdat er zand naar het noorden zal verdwijnen richting de Waddenzee die “zandhonger” heeft. Dat is ook de bedoeling omdat de Waddenzee anders door bodemdaling te diep zou worden en dit nu op een natuurlijke manier wordt aangevuld. De vraag is alleen hoeveel deze jaarlijkse onderhoudssuppletie gaat kosten. Dat is moeilijk te voorspellen en kan mee- of tegenvallen en waarschijnlijk zal het sterk afhangen van het aantal stormen dat jaarlijks passeert in de toekomst.

Toch is het nog niet helemaal zeker dat de zandvariant er komt. De nu beschikbaar gestelde 250 miljoen is 100 miljoen te weing, en de eis van de minister is verder dat er de eerste 5 jaar geen extra kosten mogen zijn. Dat zal erg moeilijk worden met bij aanvang een tekort van 100 miljoen. Een nieuwe regering zal hier een beslissing over moeten nemen, voordat het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier definitief de beslissing kan nemen. Voor de goede orde, een dijkverhoging is een stuk goedkoper.

Bronnen: Noordhollands Dagblad, Visserijnieuws, Het Visblad.

Juli 2010.

Er is deze zomer veel paling gevangen door de beroepsvissers, volgens henzelf zonder extra inzet van fuiken, en dan vooral in de Zeeuwse Wateren maar ook op het IJsselmeer. Na een slechte start kwam de paling met het warme weer in juni en begin juli plotseling helemaal los. Opvallend veel schieraal maar ook vrij veel ondermaatse aal.

De meldingen van glasaalintrek zijn ook vrij goed vergeleken met de laatste jaren, al is het vergeleken met 20 jaar geleden nog steeds niets wat er binnenkomt. Wel is er veel meer dan de laatste 3 jaar, vooral ook in Engeland en Ierland.

Het offshore windmolenpark bij IJmuiden en het 2 keer zo grote park bij Egmond aan Zee met zijn 36 windmolens (3 MW per molen) zijn sinds de oplevering in 2006 en 2008 een waar paradijs voor vis geworden. Dat was al verwacht maar dat komt nu ook naar voren in een rapport van onderzoeksinstituut IMARES. Hoewel het rapport over de ecologische effecten pas begin 2012 uitkomt is nu al duidelijk dat de vis het er erg naar de zin heeft in de parken, waarbinnen niet gevist mag worden, net als een zone van 500m rondom, niet door het Beroep maar ook niet door sportvisbootjes. Vooral bodemvissen, die normaal gesproken langer op één plaats blijven, vinden in de parken een goede leefplek. En dan vooral rondom en tussen de steenstorten die rond elke windmolen zijn gestort om uitspoeling door de stroom te voorkomen. Daar is volop voedsel aanwezig. Veel kabeljauw en steenbolk, maar ook veel koolvis en zeebaars zoeken rond deze steenbergen hun voedsel en zelfs bruinvissen worden aangelokt. Ook andere bodemvissen komen veel voor maar vreemd genoeg moet de tong niets hebben van de windmolens. Vermoed wordt dat deze worden afgeschrikt door de trillingen en vibraties van de molens maar dat wordt nog verder onderzocht. Voor ons is deze visrijkdom helaas onbereikbaar want de parken worden bewaakt met camera’s en er wordt gepatrouilleerd met boten. Als men binnen de grenzen van een park wordt aangetroffen kunnen er zware boetes volgen, ik heb geluiden gehoord van 500€ en hoger.

Hebben we er dan helemaal niets aan? Misschien toch wel. Een park zo vlak bij onze visstekken is toch ook een soort opgroeigebied waar vis uiteindelijk vrij kan wegtrekken. En wie zegt dat de opleving in de vangsten aan de kust van de laatste 3 jaar (toevallig sinds 2006) niet voor een deel is toe te schrijven aan dit “beschermde gebied” en niet aan de vermindering van de vissersvloot. Want is dit laatste eigenlijk wel zo? De vissersvloot is inderdaad flink verminderd, maar ook gemoderniseerd en efficiënter geworden. Bovendien zijn veel schippers overgestapt op kleine boten en zij zijn de staandwantvisserij gaan bedrijven, en waar doen ze dat, juist, in de kustzone. Zij worden wat de zeebaars betreft niet geremd door een quotum want dat bestaat nog niet. Deze staandwantvisserij is de laatste paar jaar misschien wel vervijfvoudigd, dus wat bedoel je met sanering van de vissersvloot, ja bij de Doggersbank en verder weg misschien, maar bij de kust juist niet. Ook de garnalenvisserij, die soms zelfs tussen de dammen durven te vissen is alleen maar toegenomen. En toch vangen we meer vis dan pakweg 5 jaar gelden, en wordt het zelfs weer leuk om af en toe een hengeltje van het strand of de dammen uit te gooien, vooral in de herfst en winter. Daarbij moeten we door al dat staandwant de zeebaars ’s zomers weer inleveren zo lijkt het, door een ongecontroleerde toename van het staandwant langs de kust. Als we ooit wat voor elkaar willen krijgen op dit gebied zullen we ons moeten verenigen als zeesportvissers, misschien onder de vlag van Sportvisserij Nederland en samen een vuist maken hiertegen, maar dat is een ander verhaal.

Bronnen: Telegraaf, Visserijnieuws, Het Visblad.

Juni 2010.

In Zeeland aan de zuidzijde van de Zeelandbrug bij Colijnsplaat is een proefbedrijf gestart dat in vier eenheden van drie vijvers tong gaat kweken, maar wel in een bijzondere combinatie. In elke eerste van drie vijvers komt vers water uit de Oosterschelde binnen en kweekt men de tong in combinatie met zagers, die als voedsel voor de tong dienen. In elke tweede vijver groeien algen, die leven van het water uit de eerste vijver, dat vervuild is met de mest van de tong en de zagers. In elke derde vijver worden de algen uit de tweede vijver dan weer gebruikt als voedsel voor schelpdieren (kokkels en tapijtschelpen), en zagers. De zagers uit de derde vijver dienen dan weer als voer voor de tong in de eerste vijver. De tong, de schelpdieren en eventueel teveel geproduceerde zagers worden uiteraard aan de handel verkocht. Het water uit de derde vijver is door de schelpdieren weer schoon gemaakt en kan terug naar de Oosterschelde. Zo is de cirkel helemaal rond en is duurzame productie een feit. De situatie is in het laboratorium al uitgebreid getest en moet zich nu in de praktijk gaan bewijzen, dat het op commerciële schaal ook werkt. Daartoe is van het ministerie van LNV een subsidie ontvangen. In de toekomst wil men de kweek nog uitbreiden met zilte landbouw, zeg maar de kweek van zilte groenten.

Biologen zien voor het eerst sinds jaren de haringstand weer toenemen. Er blijkt veel meer haring in de Noordzee aanwezig te zijn dan biologen eerst hadden ingeschat. Vooral de jaarklas 2006, waarvan in 2010 de Hollandse Nieuwe wordt gemaakt, lijkt bijna 2 keer zo groot te zijn als eerst werd gedacht. Dit terwijl het quotum voor haring dit jaar nog wat naar beneden was bijgesteld. Uiteraard willen vissers nu op korte termijn een flinke verhoging van het quotum, dat volgens het Beheersplan voor de haring pas volgend jaar wordt bijgesteld met maximaal 15% naar boven.

Mosselvissers mogen voortaan dichter onder de kust varen als ze op weg zijn van Zeeland naar de Waddenzee en omgekeerd. Tot nu toe waren ze verplicht gebruik te maken van de verder uit de kust gelegen scheepvaartroute, wat eigenlijk voor deze diepgelegen vissersschepen minder veilig was. De nieuwe route geeft een aanzienlijke tijdwinst, brandstofbesparing en versere mossels. Voor ons als kleine bootvissers betekent dit dat we tijdens het vissen voortaan rekening moeten houden met meer scheepvaartverkeer dat vlak langs de kust komt langs varen, vooral in het voorjaar, tijdens de mosselzaadvisserij (mei/juni), en tijdens het mosseloogstseizoen (augustus tot in de winter).

Bronnen: Telegraaf, Visserijnieuws, Het Visblad.

Mei 2010.

Een Britse studie gebaseerd op historische vangstgegevens heeft geconcludeerd dat er momenteel 17 keer zoveel inspanning nodig is om vis te vangen dan aan het eind van de 19e eeuw. In 1880 kwamen de eerste (stoom)schepen als opvolgers van de zeilschepen en vanaf toen ging het hard achteruit, met een korte opleving tijdens zowel de 1e als de 2e Wereldoorlog. Na 1950 is het alleen maar nog harder achteruit gegaan. Per unit “visserijkracht” ging het omlaag van 60 ton in 1880 naar 3,4 ton nu.

De Noordzeekustzone die is aangewezen als Natura2000 gebied is nog verder uitgebreid, ook het stuk tussen Bergen en Petten komt er nu bij en ook geldt de uitbreiding nu tot aan de 20 meterdieptelijn. Wat de aanwijzing precies voor vooral de beroepsvisserij zal gaan betekenen is nog niet helmaal duidelijk, maar die zijn er vooralsnog niet erg gerust op.

De visserijwetenschappers pleiten steeds meer voor een ander visbeleid. Men beseft steeds beter dat het huidige beleid in zeer snel tempo (enkele tientallen jaren, ongekend in de evolutieleer), leidt tot een evolutie van de commercieel beviste soorten. Deze soorten passen zich ongekend snel aan, aan de grote visserijsterfte door steeds vroegere geslachtsrijpheid en een grotere voortplantingsinspanning van de soort. Dat gaat echter wel ten koste van de groei. De soorten worden als individuen in snel tempo steeds kleiner. De enige remedie zou volgens de deskundigen moeten zijn het sparen van niet alleen de kleinste vissen zoals nu gebeurt door minimummaten, maar ook van de grote vissen en dus alleen de middensector weg te vangen. Dat kan eventueel ook door het mijden van de voortplantingsgebieden, maar is een grote uitdaging voor het beleid en de vissers in de toekomst. Het wordt dus de kleintjes én de groten kansen geven.

April 2010.

Langzamerhand komt ook de Nederlandse visserij onder het MSC label. De scholvisserij (met tong als bijvangst) van de twinriggers, flyshooters en outriggers, is in een vergevorderd stadium met de certificering net als de staandwantvisserij op tong en ook de garnalenvisserij is bezig. Zij voldoen aan de voorwaarden en er wordt gevist volgens een beheersplan. De vraag is of ook de boomkorvissers ooit aan de eisen kunnen voldoen, ook al vissen ook zij tegenwoordig volgens dit platvisbeheersplan. Maar waarschijnlijk is het probleem van de bodemberoering niet op te lossen voor hen.

De Beroepsvissers op het binnenwater hebben samen met de palingkwekers en de palinghandel de handen ineengeslagen en de Stichting Duurzame Palingsector opgericht. Zij zijn begonnen met het uitzetten van flink wat glasaal op enkele belangrijke wateren, via het oprichten van een fonds waaraan ze allemaal hun bijdrage leveren. Onder andere in het Veerse Meer (175 kg), en op verschillende plaatsen in Friesland maar ook in Noord-Holland werd Engelse glasaal uitgezet.

Bronnen: Telegraaf, Visserijnieuws, Het Visblad.

Maart 2010.

Palingsector in diep dal. Het besluit van steeds meer Nederlandse supermarkten om geen paling meer te verkopen brengt veel Nederlandse palingkwekerijen in grote problemen. Een aantal heeft de deuren al moeten sluiten en er zullen er nog verschillende volgen. Een tweede oorzaak is ook de hoge prijzen die tegenwoordig voor glasaal moeten worden betaald, en die afgelopen jaar opliepen tot 1200 Euro, maar die deze winter wel snel daalden tot ongeveer 200 Euro toen er van een exportverbod naar China sprake was. Intussen zijn de prijzen weer verviervoudigd nadat Franse vissers toch toestemming kregen voor de export van glasaal buiten Europa. De verwachting is dat het besluit van de supermarkten ook gevolgen gaat krijgen voor de beroepsvisserij op paling, ondanks het feit dat de op vis gespecialiseerde visdetaillisten en viskramen nog wel paling blijven verkopen. De prijzen voor in het wild gevangen aal zullen waarschijnlijk ook flink onder druk komen te staan als de Nederlander minder gerookte paling gaat eten want eigenlijk zijn we buiten China en Japan het enige land in de wereld dat op grote schaal paling eet.

Februari 2010.

De visserijsector is bezig met een masterplan om alle platviskotters te vervangen door moderne, zuinige, kleinere schepen met minder pk’s die energiezuinig en emissievrij zijn en die de steeds verder verouderende vissersvloot weer een nieuw elan moet geven. Het gaat dan om het volledige vervangen van deze vloot van 160 schepen door groene kotters van 32m lang en 8m breed met een motorvermogen van 1200-1400 pk, die zowel voor de hydrorig-, outrig-, twinrig- en pulswingvisserij geschikt zijn. De oude boomkorkotters worden dan verkocht en kunnen in andere landen dienst doen voor vele doeleinden als bv. standbyschip voor de offshore-industrie of als visserijcontroleschip enz. Het is de bedoeling dat door de grote omvang van zo’n order (het gaat om 450 miljoen Euro), grote kortingen bij scheepswerven te bedingen zijn en men hoopt uiteraard op grote subsidies voor dit plan van de overheid en Europa, omdat de landelijke visserijinspanning daarmee met 30% wordt verminderd en het een eind maakt aan de schadelijke boomkorvisserij. De nieuwe schepen zouden duurzaam en energiezuinig zijn en voor veel visserijen geschikt. Aangezien de regering subsidies tot 1 miljard over heeft voor de aanleg van windmolens op zee, redeneert men dat dit plan Den Haag toch ook aantrekkelijk in de oren moet klinken, waarbij de grote problemen van de laatste jaren in een keer worden aangepakt en de visserij duurzaam en weer economisch aantrekkelijk gemaakt wordt.

Ook de Europese Unie is het niet ontgaan dat het bestand aan krill, wereldwijd onder druk staat, mede als gevolg van de klimatologische ontwikkelingen, maar ook omdat de commerciële visserij steeds meer belangstelling voor krill en van krill gemaakte producten toont. Men wil daarom ook voor krill TAC’s gaan vaststellen voor de verschillende zeegebieden en de visserij verplichten vangstgegevens te gaan melden, en waarnemers met deze vaak grote fabrieksschepen mee gaan sturen. Ook is er al besloten dat er bij de Orkney Eilanden in internationale wateren een beschermd zeegebied komt.

Het effect van het vangstverbod op paling in september, oktober en november kan pas in 2012 worden beoordeeld. Pas dan kan men zeggen of er ook werkelijk meer uittrek van schieraal plaats vindt. Verder zijn nog lang niet in alle Europese landen goedgekeurde aalherstelplannen in werking en loopt Nederland weer eens voorop. De Franse regering heeft na een havenblokkade van 4 dagen de Franse vissers weer toegestaan opnieuw glasaal te vangen en naar China uit te voeren.

Ook deze winter zijn er weer kapot gesneden bruinvissen aangespoeld op een aantal stranden. Volgens de kenniskring staandwantvissers gaan een tiental vissers een proef nemen met pingers om de bijvangst van bruinvissen te voorkomen. Van de ongeveer 55 Nederlandse staandwantvissers vissen de meesten (zo’n 40) alleen in de zomer op tong, waarbij deze bijvangsten niet kunnen voorkomen. Sinds november 2009 is deze visserij overigens ook MSC gecertificeerd. De 15 overige schepen vissen in de winter door en dan op kabeljauw, schar, griet en tarbot en vooral in januari, februari en maart wordt er volgens hen wel eens een bruinvis in de netten aangetroffen. Volgens de vissers gaat het dan om 10 tot 15 bruinvissen per jaar voor de hele Nederlandse staandwantvloot.

De palingsector is verbijsterd over de Franse glasaalexport. Frankrijk heeft toch toestemming gegeven voor de export van glasaal naar China. Dit werd afgedwongen door Franse glasaalvissers die dagenlang de haven van Saint-Nazaire blokkeerden. Het gaat om 14.000 kilo Franse glasaal, wat genoeg zou zijn voor de volledige behoefte van alle Europese aalkwekerijen. Het gevolg was verder dat de prijs van glasaal, die gedaald was tot 200 Euro, plotseling weer steeg naar 850 Euro. De prijzen waren gezakt nadat het Franse aalherstelplan door Europa was goedgekeurd, en waarin veel restricties en maatregelen zijn opgenomen, niet alleen om aalopgroeigebieden en migratiemogelijkheden te herstellen maar ook met vergaande restricties op het gebied van glasaalvangsten en de export er van. Zo komt er jaarlijks een landelijk quotum voor glasaal en een streng vergunningenstelsel voor glasaalvissers. Het Franse plan is echter meer gericht op de lange termijn en helpt voor de korte termijn nog niet veel omdat de visserij voorlopig behoorlijk wordt ontzien. Bovendien is het nog erg onduidelijk hoeveel paling Franse vissers eigenlijk vangen. Pas in 2015 moeten de vangsten van glasaal zijn teruggebracht tot 40% van die in 2007. Wel moet men voldoen aan de Europese eis dat in 2013 zo’n 60% van alle in Europa gevangen glasaal weer binnen Europa wordt uitgezet. 10% moet in Frankrijk zelf worden uitgezet.

Ook sportvissers krijgen te maken met maatregelen. Als zij op paling willen vissen moeten ze voortaan een speciale vergunning aanvragen die alleen in een bepaald gebied geldt, krijgen ze dezelfde gesloten tijden als het beroep (in 2012 nog maar 5 maanden vissen) en mogen zij niet meer s’nachts vissen. Bij een overtreding kunnen ze het volgende jaar geen vergunning meer krijgen. Ook de visserij op schieraal wordt aan banden gelegd en de bedoeling is dat 60% van de schieraal in 2015 ongestoord naar zee kan trekken, door de invoering van gesloten tijden en andere beperkingen.

Januari 2010.

In Noorwegen is een containerschip omgebouwd als fabrieksschip en tevens ingericht als kolossale bokker om in de poolwateren (Zuidpool) op krill te gaan vissen. Daarmee gaat de mens dus ook in de laatste grote wildernis op aarde de ecologie op grote schaal verstoren. Krill bestaat uit minikreeftjes of garnalen die in de Zuidpoolzomers in grote getale in het Zuidpool gebied voorkomen en het hoofdvoedsel zijn van vele kleinere vissoorten en vooral ook de grote walvissen, die door Japan daar al zogenaamd voor wetenschappelijke doeleinden worden bejaagd. Krill zal worden gebruikt voor de fabricage van vismeel en andere producten die bijvoorbeeld in diervoeders (zowel voor vee als bijv. zalm) kunnen worden gebruikt. Ook kan het worden gebruikt in de farmaceutische en voedingsindustrie.

December 2009.

Supermarktconcern Lidl heeft nu ook aangekondigd te stoppen met de verkoop van paling. Langzamerhand verdwijnt de paling (ook gerookt) dus overal uit de schappen van de supermarkten, ook Albert Heijn gaat de verkoop volgend voorjaar stoppen. De reden uiteraard de bedreiging van de palingstand. De meeste paling komt weliswaar uit de viskwekerijen maar ook die betrekken de glasaal uit het wild, meestaal tegenwoordig uit de in de Zuid-Europese landen gevangen glasaal.

November 2009.

Het wrak van de Vinca Gorthon wordt volgend jaar uit de Noordzee opgevist. Het ligt op ongeveer 30 km west van Petten en omdat het op een diepte van 25 meter ligt en 10 meter boven de bodem uitsteekt is het een gevaar voor schepen met een diepgang van meer dan 12 meter. Het was een Zweeds roll-on roll-off schip, geladen met vrachtauto’s en papierrollen en verging in een noordwesterstorm in 1988 omdat de lading ging schuiven. De berging kost 22 miljoen Euro en wordt gedaan door een Engels bergingsbedrijf. Voor 1 november 2010 moet de berging klaar zijn.

In de fuik van het NIOZ die al 50 jaar van maart tot november op de kop van de Mokbaai bij Texel staat is voor het eerst een zalm gevangen. Deze was 83 centimeter lang en bleek een mannetje van 6 jaar oud te zijn. Overigens worden er in Nederland wel vaker zalmen gevangen tegenwoordig.

De plannen voor aalherstel die elk Europees land moet opstellen voor 1 januari 2010 zijn nog niet allemaal goedgekeurd. Het Nederlandse plan was afgekeurd en het gevolg is de gesloten tijd voor aal van 3 maanden in 2010. Ook de plannen van Duitsland en Frankrijk zijn voorlopig afgekeurd. Ze gingen uit van een vermindering van de schieraalvangsten maar zijn volgens Brussel niet goed genoeg. Vooral Frankrijk moet ook de glasaalvisserij beperken. Deze landen lopen het risico dat Brussel hen een vangstverbod oplegt als ze niet op tijd met betere plannen komen. De plannen van Denemarken en Ierland zijn wel goedgekeurd, maar deze landen hebben dan ook een totaal vangstverbod voor het hele jaar, voor zowel sport als beroep afgekondigd.

De kabeljauwstand in Canadese wateren neemt weer wat toe. Ook sportvissers hebben dit ontdekt en vangen weer veel meer kabeljauw. De beroepskustvissers van Nova Scotia klagen nu dat sportvissers jaarlijks meer dan 90 ton vangen (sportvissers hebben een vangst-meeneembeperking van 5 stuks per vistrip), terwijl zij zelf per kustvisser slechts 1300 kilo per jaar mogen vangen wat in totaal op ongeveer 40 ton uitkomt, nog niet de helft dus.

Oktober 2009.

Wordt de Noordzee leeggevist? Enkele jaren geleden kon men dit nog gerust met ja beantwoorden. Het leegvissen van de wereldzeeën neemt inderdaad grote vormen aan. Toch zijn er lichtpuntjes en met name voor de Noordzee. Afgelopen jaren zijn er veel maatregelen genomen en is een groot deel van de vissersvloot gesaneerd of vervangen door andere soorten visserij. Ook zijn er beheersplannen ingevoerd. Het gevolg is nu dat er zo langzamerhand licht aan de horizon komt. Soorten als schol en tong zijn aardig aan het herstellen, evenals de haringstand, die na een jarenlang visverbod nu als een van de eerste soorten volledig is hersteld. Van enkele soorten is de laatste jaren door de verminderde visserijdruk de zogenaamde visserijsterfte flink afgenomen en is de stand reeds hersteld tot boven het voorzorgsniveau, het niveau dat nodig is voor een gezonde visstand die natuurlijke tegenslagen en een bepaalde visserijdruk gemakkelijk kan opvangen. Bovendien is het zo dat men nu veel voorzichtiger is geworden met het weer verhogen van quota. Het gaat dan over de zogenaamde commerciële soorten schol, tong, haring, schelvis, koolvis, makreel, zandspiering en kabeljauw. Voor de minder voorkomende soorten gaat de overbevissing gewoon door, en voor bijvoorbeeld de zeebaars wordt deze al maar groter, en bestaat er niet eens een quotum. Ook levert het kabeljauwherstelplan nog steeds niet het gewenste herstel op. Toch geeft het een beetje hoop dat we zien dat maatregelen al snel helpen en dat er minder gevist wordt, bewijzen de eigen vangsten die de laatste 2 jaar voor ons aan de kust en met de kleine boot toch wel spectaculair verbeterd zijn. Het gaat dan om de verbetering van de vangsten van makreel, wijting, schar en bot. Schol zien we nog steeds niet, maar dat kan ook met de klimaatverandering te maken hebben want de scholstand op de Noordzee is wel degelijk sterk verbeterd. Ook is de kabeljauwstand nog lang niet wat het geweest is maar er is toch wel weer af en toe een gulletje te vangen. Maar op de Waddenzee merken we nog niets van enig herstel en op het IJsselmeer wordt de situatie steeds droeviger al gaat het hier om zoetwatervis. En zoals gezegd, de zeebaarsstand, die juist een lichtpunt was de laatste 10 jaar, is bezig af te glijden naar een bedenkelijke niveau. Laten we hopen dat de beperking van de staandwantvisserij die in 2010 wordt doorgevoerd hier een positieve invloed op zal hebben.

Goed nieuws van het palingonderzoek. Ook onderzoekers in Leiden zijn er nu in geslaagd om paling in gevangenschap zich te laten voortplanten. In Japan was dit bij de daar voorkomende palingsoort al eerder gelukt. Hiertoe laat men palingen constant zwemmen in glazen buizen om zo de trek naar de Sargassozee na te bootsen. Tijdens deze trek ontwikkelen de palingen waarschijnlijk net als andere vissen kuit en hom al weet men dit nog steeds niet zeker. Het probleem is nu dat het nog niet lukt om de verkregen larven uit te laten groeien tot glasaaltjes. Daarvoor wordt het onderzoek nu verder in Volendam voortgezet en hoopt men binnen twee jaar op resultaten, die dan bij moeten dragen aan een herstel. Bijvoorbeeld door glasaal te gaan produceren voor de vele kwekerijen zodat die minder glasaal uit de natuur hoeven weg te halen om zo een natuurlijk herstel op gang te brengen.

September 2009.

Gesloten tijd voor paling een feit. Van 1 oktober tot 30 november mag er op geen enkele manier meer op paling worden gevist door beroepsvissers. Dat heeft het ministerie van LNV bepaald nadat het door de palingvissers opgestelde alternatieve plan door Europa was afgewezen en de 2e Kamer uiteindelijk akkoord ging met de uitleg van minister Verburg. Volgend jaar gaat de gesloten tijd zelfs 3 maanden duren en al op 1 september in. De schieraal zou dan in alle vrijheid tijdens de jaarlijkse trek naar zee moeten kunnen zwemmen. Men hoopt hiermee het herstel van de palingstand te kunnen bewerkstelligen, samen met andere maatregelen. Zo moeten sportvissers alle paling, gevangen in de wateren die onder de Vispas vallen, reeds terugzetten vanaf januari dit jaar. Ook mogen ze volgens een maatregel van de minister vanaf juli geen paling meer meenemen die in de zee gevangen is. Let op want de laatste berichten zijn dat hier streng op wordt gelet en dat er bekeuringen worden uitgedeeld voor het meenemen van paling en illegaal peuren met bedragen van 3 tot 4 nullen. En dat is het toch niet waard. Er worden nog vele andere maatregelen genomen. Zo gaat het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (ons Waterschap) de komende 5 jaar 50 belangrijke knelpunten voor vismigratie aanpakken en zijn de eerste daarvan gerealiseerd, dit jaar in het gemaal de Helsdeur in Den Helder en de afvoersluis de Oostoever bij ’t Kuitje. Ook stelt het ministerie van LNV de komende 5 jaar hiervoor 200 miljoen Euro subsidie ter beschikking, letterlijk: voor het aanpassen van sluizen, dammen en gemalen. Verder moet er vanaf 2013 60% van de gevangen glasaal in Europese wateren worden uitgezet en mag nog slechts 40% verkocht worden aan palingkwekerijen. En daar zit nu net het probleem. Glasaal wordt op grote schaal voor de kusten en in de riviermondingen van Europa weggevist, meest door Spanjaarden, Portugezen en Fransen en zelfs door Chinese en Japanse vissers. Glasaal is goud waard en verdwijnt voor bedragen van over de 1000 Euro per kilo naar aalkwekerijen en Azië. In 1 kilo zitten ongeveer 3000 jonge aaltjes, die nooit meer opgroeien om zich te kunnen voortplanten. Vooral Frankrijk en Spanje verzetten zich tegen beperkingen en hoe zal dat ook gecontroleerd moeten worden, een kilo glasaal zit in een doosje van 30x30x10cm en is gemakkelijk weg te moffelen of te verzenden. De beroepsvissers hebben daarom wel een belangrijk punt, dat ook daar eindelijk eens maatregelen genomen moeten worden. Alles bij elkaar ziet het er dus steeds slechter uit voor de paling en met een glasaalintrek van minder dan 1% van 20 jaar geleden eindigt de grafiek nog steeds in ongeveer 2020, wanneer de vangst van een paling krantennieuws wordt.

Augustus 2009.

Grenzen aan de Staandwantvisserij.

Na jarenlange ongeremde groei heeft het ministerie van LNV eindelijk stappen ondernomen om deze visserij aan banden te leggen, of beter gezegd om deze vanaf nu niet verder meer te laten groeien. Zowel de sportvisserij als de staandwantvissers zelf, die in 2007 al om maatregelen vroegen, hebben nu eindelijk gehoor gevonden. Intussen is deze visserij al wel explosief gegroeid en is het maar de vraag of de maatregelen niet te laat komen. Aan de snel dalende zeebaarsvangsten en snelle afname van de lengte van de gevangen vissen te zien is het al te laat. In elk geval zijn de maatregelen per direct op maandag 24 augustus ingegaan, om te voorkomen dat er nog snel nieuwe vissers inschrijven. Het besluit houdt in dat er vanaf 1 januari 2010 een beperking is voor het aantal netten dat een vaartuig tegelijk in het water mag hebben staan, tot maximaal 25 km netten per boot, (dat is 500 netten die 50 meter lang zijn, het beroep had zelf om 300 gevraagd), en geldt ook buiten de 12-mijls-zone. Dit geldt voor alle vissersvaartuigen. Ook vaartuigen die kleiner dan 10 meter zijn vallen vanaf 2010 onder deze regels en moeten een Europese Visvergunning hebben met vermelding van dit vistuig op hun vergunning. Voor alle andere vaartuigen onder en boven de 10 meter wordt de staandwantvisserij vanaf 1 januari 2010 verboden. Ook voor de kleine vaartuigen gaat een zeedagenregeling gelden, waardoor ze niet meer dan een vastgesteld aantal dagen op zee mogen zijn, afhankelijk van hun verleden in 2006-2008. Een belangrijk punt is ook dat minister Verburg het gebruik van vaste vistuigen (dus fuiken en staandwant) voor recreatieve doeleinden in de Nederlandse kustzone gaat verbieden. De maatregelen gelden niet voor de Waddenzee en de Ooster- en Westerschelde, waar al andere beperkingen van kracht zijn. Ook gelden ze voorlopig alleen voor Nederlandse vissers. Voor vissers uit andere lidstaten moet de Europese Unie nog maatregelen nemen.

Ondanks onderzoeken over het aanspoelen en stranden van bruinvissen de afgelopen jaren is er nog geen duidelijkheid hierover. Ook de rol van de staandwantvisserij is nog onduidelijk. De Noordzee heeft een redelijk stabiele populatie van bruinvissen (geschat op ruim 200.000 dieren) maar ze komen de laatste jaren verder naar het zuiden van de Noordzee. In het Nederlandse deel zwemmen er door de seizoenen heen gemiddeld ruim 30.000 waarvan er geschat zo’n 100-200 in de netten van vissers omkomen, dat is maximaal 1 % van de populatie in het Nederlandse deel, maar welke rol de staandwantvisserij hierin precies vervult is nog steeds niet bekend.

Juli 2009.

De Waddenzee heeft de status van Werelderfgoed gekregen. Overheden en natuurorganisaties zijn daar blij mee, vissers niet, bang voor nog meer regels. Maar vooralsnog maakt het waarschijnlijk niet veel verschil, wel betekent het dat onze gemeenschappelijke verantwoordelijkheid voor dit gebied groter wordt. Minister Kramer heeft direct ook maar 23 miljoen Euro uitgetrokken voor “het vergroten en versterken van natuur en landschap in het Waddengebied”. Daarvan is ruim 8 miljoen bedoeld voor het herstel en duurzaam beheer van mosselbanken in de Waddenzee. Daar ligt nu echter het probleem, volgens de bekende bioloog Dolf Boddeke is dat geld weggooien, en is de vorige poging in 2000 ook totaal mislukt. Het echte probleem is de onttrekking van fosfaten aan het afvalwater en dus rivierwater dat in de Waddenzee terecht komt. Met andere woorden er heerst voedselgebrek in de Waddenzee, iets wat wij sportvissers ook al jaren zien doordat de visstand is afgenomen tot nog geen 5% van wat het 30 jaar geleden nog was. Het gevolg is ook een grote afname van mosselbanken, door dat scholeksters, kanoetstrandlopers en eidereenden deze klein houden. In de jaren 50-80 van de vorige eeuw zijn hun aantallen sterk gegroeid door de toename van o.a. mossels, kokkels en nonnetjes, en nu nemen ze sterk af en lijden de vogels honger. Daar komen nog vele trekvogels bij die hier tijdelijk moeten foerageren en voor een verdere afname van de mosselbanken zorgen. Voeg daar ook nog eens de visserij aan toe, die eind vorige eeuw vele mosselbanken in het getijden-gebied heeft weggevist, met als voorbeeld het Balgzand bij ’t Kuitje, waar sinds begin jaren 90 geen mossels meer voorkomen. Eigenlijk is er dus sprake van een catastrofe, zowel in de schelpdiersector als in de vogelstand (vooral dan onder scholeksters, eidereenden en kanoetstrandlopers), en ook in de visstand (die wat meer voor het oog verborgen onder water verblijft). En het einde van de afname is nog lang niet in zicht, want ook de globale opwarming heeft tot gevolg dat zich veranderingen in het evenwicht voordoen. Zo neemt het aantal Lepelaars nog steeds toe, o.a. omdat de garnalenstand toeneemt en deze al vroeger in het jaar op het wad voorkomen. Het komt er op neer dat onze laatste wildernis, ondanks de aanwijzing als Werelderfgoed, langzaam maar zeker verandert in een doodse bak met water, waar die 8 miljoen van mevrouw Kramer ook helaas niets aan zullen veranderen.

De Europese Commissie heeft het aalherstelplan van de Nederlandse regering naar de prullenbak verwezen. Dat was iets wat eigenlijk wel te verwachten was, zeker na de laatste dramatische cijfers over de glasaalintrek. Ook de ICES en de maatschappelijke organisaties (o.a. Wereldnatuurfonds en Sportvisserij Nederland), hadden laten weten het plan volstrekt onvoldoende te vinden. Eigenlijk heeft de beroepsbinnenvisserij al die tijd de kop in het zand gestoken en heeft er alles aan gedaan om maar te kunnen blijven vissen. Dat kan men hen ook niet kwalijk nemen want zonder aal is ze ten dode opgeschreven, zeker op de kleinere binnenwateren. Ze krijgen nu compensatie maar beter zou zijn om alle beroepsvisserij te saneren en goed te compenseren, eventueel met uitzondering van enkele grotere binnenwateren, waar nog wel wat brood is te verdienen, tenminste als men ook daar de overbevissing eindelijk eens goed aanpakt. Dat er op grote schaal vis uitgeroeid werd blijkt nu wel uit de publiciteit over een vinding van enkele Volendammers, waarbij de paling automatisch gescheiden wordt in het water (ze zoeken een donker gat op) en de andere, veelal kleine vis, nu voor 87% weer levend overboord gaat. Tegelijkertijd werd toegegeven dat voorheen 96% van alle teruggezette vis praktisch dood was, iets waarover men nooit durfde praten. En op een kilo paling ging dat dan over duizenden kleine vissen van alle soorten. Maar ook de 2e Kamer treft blaam. Zij gaat altijd akkoord met alle plannen van de beroepsvisserij, hoe irreëel die soms ook zijn en weigert elke maatregel die de vissers een strobreed in de weg legt, zoals afgelopen voorjaar ook weer bleek bij de hoorzitting over de aanpak van de nettenvisserij in de kuststrook, die helemaal uit de hand loopt. Dus is de zeebaars (waarvoor niet eens een quotum geldt) het volgende slachtoffer. Ook wordt de misschien wel echte oorzaak van het teruglopen van de aalstand, het rigoureus wegvissen van de glasaal, vooral in Zuid-Europa, nog steeds niet aangepakt. Dit alles ten behoeve van de aalkwekerijen, en die liggen voor meer dan driekwart in Japan en China. Zelfs Koreaanse en Chinese vissers schijnen voor de Europese kusten de glasaal weg te komen vangen.

Slecht nieuws uit Noorwegen. Makreel gaat steeds noordelijker paaien, nu al tot bij de poolcirkel. Kennelijk gaat de opwarming van de aarde nog steeds door. Het slechte nieuws is dan ook dat de hoeveelheid plankton in de Noorse Zee zich nu al jaren op een zeer laag niveau bevindt en dat er van een verbetering nog geen sprake is. Als dit door een kritische grens zakt, valt de bodem uit de voedselketen en kelderen alle visbestanden naar veel lagere niveaus, met grote gevolgen voor alle visserijen. De voorspelling dat er in 2050 alleen nog krabben en kwallen in zee leven komt dan steeds dichter bij.

Juni 2009.

De eerste MSC-certificaten voor scholvissers zijn in juni uitgereikt aan 5 Urker kotters van de Ekofish groep. Zij vissen niet meer met de boomkor maar zijn overgeschakeld op de twinrigvisserij, met 2 netten voorzien van borden achter het schip. Ze hebben ook afspraken gemaakt om bijvangsten, vooral van kabeljauw te verminderen en vermijden enkele kwetsbare gebieden om het bodemleven kans op herstel te geven. Samen met de ontwikkeling van de pulskor lijkt dit een ontwikkeling die niet meer valt te stoppen. In Nederland is verder alleen de visserij op haring MSC gecertificeerd, maar is men wel bezig met andere vormen van visserij, waaronder de visserij op garnalen.

Scharplaag houdt staandwantvissers aan de kant melde het blad Visserijnieuws begin juni en liet weten dat in de staande wanten op 1000 kg vis slechts 10 kilo tong wordt aangetroffen, de rest is schar en brengt niet genoeg op, kost alleen maar werk. Met dat in gedachten werd het startsein gegeven voor de 2e wedstrijd om de Seiwa-Techmarine-Spro Cup voor Petten maar de beloofde scharrenplaag bleef deze dag uit, sterker nog, het viel niet mee om wat maatse schar te vangen.

De glasaalintrek in het IJsselmeer was nog nooit zo laag. De intrek was in 2008 de laagste ooit gemeten. Gemiddeld duurt het 8 tot 20 jaar voor aal in het wild om uit te groeien tot paairijpe paling. Overigens heeft het beperken van het aantal vergunningen voor de visserij met schietfuiken met ongeveer 80%, opgelegd door het ministerie van LNV, er toe geleid dat er veel meer snoekbaars is aangevoerd het afgelopen jaar. Kennelijk worden er veel minder jonge snoekbaarsjes vermoord doordat er minder schietfuiken staan. Overigens wordt nog steeds de meeste snoekbaars aangevoerd met een lengte van net boven de minimummaat van 42 cm, waardoor deze vis niet de kans heeft gekregen om een keer aan het paaiproces deel te nemen. Pure roofvisserij dus.

De jaarlijkse voorstellen voor de TAC’s, de voor de visserij toegestane hoeveelheden te vangen vis (Total Allowable Catch), zijn weer door de biologen aan de Europese Commissie voorgesteld. Voor schol en tong zijn deze flink hoger, vooral voor schol is men tot de conclusie gekomen dat er meer schol was afgelopen jaren dan gedacht. Dit is een gevolg van de sanering en verminderde visserijdruk van de kottervloot. De scholstand zit nu zeer ruim boven het voorzorgsniveau, en ook de tongstand is daar nu iets boven gekomen. Dat betekent dat er van beide soorten meer kan worden gevangen, voor tong 1% meer, voor schol volgens het platvisbeheersplan 15% meer. Voor de kabeljauw is men nog steeds zorgelijk maar toch gaat de TAC met 16 % omhoog. Dit is een gevolg van de regels uit een nieuw herstelplan dat in 2010 in gaat. Wat haring betreft, het herstel zet niet goed door, ondanks dat er genoeg jongen geboren worden, maar deze niet volwassen worden. Het vermoeden is dat dit komt omdat de jongen door de eigen soortgenoten en door de grote makreelstand van de laatste jaren worden opgegeten. Voor haring is het voorstel dan ook een reductie met 4 %.

Mei 2009.

Volgens de Europese Commissie werpen de meerjarenherstelplannen voor de diverse visbestanden langzamerhand vruchten af en zijn de visbestanden zich aan het herstellen, al is nog steeds 80% overbevist. Voor 2010 wil men ruimere aanpassingsmogelijkheden van deze plannen. Nu is het zo dat de quota per jaar maximaal 15% omhoog of omlaag mogen. Men wil nu naar 25%, om snel maatregelen te kunnen nemen als het fout loopt, maar ook als het herstel voorspoedig gaat de visserij hier ook van mee te laten profiteren. Daardoor ontstaat er meer draagvlak bij de visserijsector voor strenge maatregelen als die nodig zijn. Verder heeft men het voornemen de discards/teruggooi van vis af te schaffen. Vis teruggooien omdat men later grotere vangt en het quota al bijna vol is, is al verboden en zal strenger gecontroleerd gaan worden. Men wil toe naar een situatie dat discards zoveel mogelijk vermeden zullen worden, maar deze wel verplicht moeten worden aangevoerd, zodat men een beter inzicht krijgt in de werkelijke omvang van de vangsten en de visstand.

Na een lange pauze in de experimenten is de Texel 68 begin mei weer begonnen met het vissen met de elektrische pulskor en de eerste week was al direct een succes. Men had de hoogste besomming van die week en een brandstofbesparing van 50%, omdat de snelheden lager liggen en het tuig veel lichter over de bodem gaat en deze niet omploegt. De pulskor en andere vismethoden moeten in de toekomst de milieuonvriendelijke visserij met de boomkor gaan vervangen. Ook zijn al verschillende reders intussen overgestapt naar het twinriggen, een visserij met twee netten achter de boot die met borden worden opengehouden. Ook wordt overgestapt naar het flyshooten, afgeleid van de Deens snorrevaadvisserij, waarbij een lijn aan een anker wordt uitgevaren, met halverwege het net, waarna men in een grote bocht weer terugvaart naar het beginpunt en vervolgens ten anker gaat en beide lijnen met achteraan het net weer binnen gaat draaien. De vis vlucht voor de bewegende lijnen uit weg over de bodem, maar durft niet over de bewegende lijnen heen te zwemmen en komt zo in het net terecht. Ook deze methode kost weinig brandstof en de kwaliteit van de vis is veel beter.

April 2009.

De minister van LNV gaat met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten praten over het instellen van nettenvrije zones op de kust. Zij stelt dat ze vanuit visstandbeheer geen maatregelen kan nemen maar de gemeenten dat wel kunnen vanuit veiligheidsoverwegingen. Met andere woorden, als er al een nettenvrije zone komt, zal dat alleen heel plaatselijk zijn en door de gemeenten ter plaatse geregeld. Een laf standpunt, wat er op neer komt dat er de eerste jaren dus geen visserijbeleid op dit gebied komt en de beroepsvissers met hun lobby weer aan het langste eind trekken.

Ook op het gebied van de paling trekt de sportvisserij aan het kortste eind. Dankzij de intensieve lobby van de beroepsvissers heeft de 2e Kamer alle zinnige voorstellen om de paling te beschermen naast zich neergelegd en is een voorgestelde gesloten tijd voor paling van de baan. Wel moeten sportvissers ook in zee alle paling terugzetten, ongeveer het enige dat is blijven staan. En dat allemaal voor de toezegging van het Beroep dat men 157 ton schieraal in zee zal terugzetten. Alles is gedaan om maar te kunnen blijven vissen en er wordt alleen naar Frankrijk en Spanje gewezen, waar men nog steeds grote hoeveelheden glasaal wegvangt, en niemand weet precies hoeveel. Wat dat betreft heeft men dus wel een punt. Dit alles hebben we dan te danken aan een Kamermeerderheid (CDA, VVD, SGP, die altijd voor het Beroep gaan, maar ook PvdA en SP). Alleen PVV, Groen Links, D66 en PvdD waren tegen. Dat betekent dus dat men wel erg grote offers van ons sportvissers vraagt zonder ook maar iets terug te doen (denk aan nettenvrije zone), dus zal er weinig animo zijn om paling nog langer terug te zetten door deze rechtsongelijkheid en men kan het ze niet eens kwalijk nemen. Verder kunt U er nu definitief rekening mee houden dat de paling gaat uitsterven, het was al een minuut voor twaalf. Over 5 jaar is de paling een zeldzame vangst, over 10 jaar zie je ze niet meer en over 20 jaar zijn ze uitgestorven en komt het in de krant als er nog eens een gevangen wordt, ga dat al vast maar aan je kleinkinderen vertellen. Wij (met zijn allen) hebben het zien aankomen, zien gebeuren, meegemaakt en niets gedaan. Pak de kranten van 70-80 jaar geleden er maar eens bij, slechts een mensenleven, en men ziet precies hetzelfde gebeuren, alleen ging het toen over de zalm.

De enige hoop die overblijft is dat Brussel niet akkoord gaat met een dergelijk uitgekleed plan en van bovenaf wel harde maatregelen oplegt. Dat kan nog vechten worden, of misschien is dat wel de bedoeling van de politici, zodat ze tegen de beroepsvissers kunnen zeggen dat het niet aan hun heeft gelegen.

De Stichting Wetenschappelijk Natuur en Milieubeleid komt met een goed onderbouwd rapport waarin wordt aangetoond dat resten van hormoongebruik (denk aan de pil) en van fosfaatvervangers (tegenwoordig in wasmiddelen in plaats van fosfaat), een verwoestende werking hebben op het leven in meren, rivieren en zeeën. De beslissing indertijd om alle fosfaat in wasmiddelen te verbieden gaat daarom een desastreus effect krijgen, het water wordt inderdaad helderder, maar dat komt omdat er steeds meer organismen als algen en plantaardig en dierlijk plankton, de bron van alle voedsel, doodgaat door de genoemde giftige reststoffen. Maatregelen op dit gebied liggen erg moeilijk, omdat alle milieubewegingen en politici zich jarenlang hebben uitgesloofd om fosfaten te verbannen, en nu dus feitelijk voor Jan met de korte achternaam staan als ze hun bejubelde overwinning als een historische fout moeten gaan herstellen.

Begin jaren negentig werd de visserij op de beroemde Grand Banks in het Oosten van Canada bij Newfoundland gesloten vanwege de schrikbarende afname van het kabeljauwbestand. Er was geen kabeljauw meer te bekennen, de beste visgronden ter wereld voor kabeljauw bleken helemaal leeggevist en de stand was ver onder het biologisch minimum terecht gekomen. Ondanks de sluiting van de visserij wilde de stand zich in de afgelopen 20 jaar niet herstellen en de vangst bleef gesloten. De kabeljauw leek bijna uitgestorven in dit gebied. Onderzoekers hebben nu echter een paaibestand geconstateerd dat de afgelopen twee jaar plotseling is opgelopen van 20.000 tot rond de 150.000 ton. Het is mogelijk dat dit misschien ook iets met de natuurlijke omstandigheden te maken heeft, het ecosysteem van de Grand Banks lijkt terug te keren naar een “normale” situatie van iets warmer water. De oorzaak zou zijn dat er de afgelopen 2 zomers minder ijsbergen in zee terecht zijn gekomen en de dikte van het zeeijs weer is aangegroeid tot normalere proporties. Dit terwijl de berichten de laatste jaren hierover nogal alarmerend waren. Voorlopig is men zuinig op het eindelijk weer groeiende bestand en blijft het visverbod voorlopig nog van kracht.

Maart 2009.

De Noordzee is schoner geworden. 20 jaar geleden had nog 40% van platvissen als bot en schar last van leverkanker, nu heeft vrijwel geen enkele bot of schar deze aandoening nog. Ook het aantal huidzweren en wratten, die 20 jaar geleden vooral bij bot veel voorkwamen is sterk afgenomen. Volgens onderzoekers is een schonere Noordzee de belangrijkste verklaring. Er wordt niet alleen veel minder fosfor en stikstof geloosd (voedingsstoffen), maar ook minder zware metalen als cadmium, kwik en lood, en organische verontreinigingen als PCB’s en PAK’s. Gehaltes van PCB en cadmium zijn plaatselijk met meer dan 70% gedaald, zoveel dat vissen er niet meer ziek van worden, maar nog steeds zijn deze gehaltes te hoog.

Februari 2009.

De Nederlandse garnalenvissers zijn nog niet van plan een MSC-managementplan te ondertekenen waarbij ze zich verplichten te houden aan voor hen vergaande afspraken. Het gaat daarbij onder andere om een grootschalig onderzoek naar de visserijinspanning, de vermindering van bijvangsten en de effecten van bodemberoering. Verder worden ze dan verplicht om altijd en overal de zeeflap te gaan gebruiken. Dit laatste onderdeel van het vistuig verminderd de bijvangsten enorm, maar is in de nazomer nadelig voor de vangsten doordat de netten sneller verstopt raken door planten zoals door het dan in de Waddenzee en Zuidelijke Noordzee veel voorkomende zeesla. Deze voorwaarden zijn onder andere ingegeven door de verschillende natuurorganisaties die in de MSC beoordeling inspraak hebben en zonder dit plan krijgen garnalenvissers waarschijnlijk in de toekomst geen vergunning meer van het Ministerie van LNV om in de Natura2000 gebieden te vissen zoals de hele Waddenzee, een groot deel van de Nederlandse kustzone en de Voordelta. De vissers willen onder andere garanties voor het economische aspect, zoals afspraken over een redelijke prijs en maximale vangsten, die in het verleden al waren gemaakt, maar wat nu niet meer wordt toegestaan door de NMA, de Nederlands Mededingings Autoriteit.

Het WereldNatuurFonds schrijft elk jaar een internationale prijsvraag uit voor duurzaam vistuig. De uitvinder, student of visser die een vistuig verzint dat bijvoorbeeld geen bijvangsten geeft kan een flinke geldprijs winnen. Vorig jaar ging de prijs naar een Amerikaans team van ontwerpers die een visnet ontwierpen dat alleen schelvis vangt. Kabeljauw en andere vissoorten worden tijdens het vissen aan de onderkant van het net geloosd. Intussen wordt dit net al gebruikt in het noordoosten van de Verenigde Staten en wordt het in Engeland en Schotland getest bij de schelvisvangst.

De Belgische vissersvloot is onder de grens van 100 schepen gezakt. Er zijn per 1 januari nog maar 98 zeevisserschepen geregistreerd. In 1962 waren dat er nog 400 en in 1992 nog 200. De slechte economische omstandigheden, vooral hoge brandstof- en lage visprijzen, en de steeds lagere quota zijn de voornaamste redenen. Behalve de zeevisvloot kent België ook nog 9 Scheldevissers.

Januari 2009.

Afgelopen december zijn weer enkele kapotgesneden bruinvissen aangespoeld aan de stranden. Volgens het NIOZ zijn deze zoogdieren in visnetten terechtgekomen en verdronken. De betreffende vissers proberen door het kapot snijden van deze dieren publiciteit te voorkomen. De Nederlandse Vissersbond was niet blij met de lezing van het NIOZ en desgevraagd verklaarde dit instituut later ook dat de dode dieren meestal niet door de kottervloot worden gevangen maar hoogstwaarschijnlijk door staandwantvissers. Bioloog Dolf Boddeke laat weten dat het aanbrengen van zogenaamde “pingers” op de netten die een geluid maken dat de dieren zou moeten afschrikken ook weinig succes lijken te hebben. Dit omdat de dieren geen vijanden hebben en ook niet meer door de mens worden bejaagd, ze leggen dan ook geen verband tussen het geluid van de pingers en gevaar en weten ook niet welke kant ze dan wel op moeten zwemmen. Volgens Deens onderzoek zijn bruinvissen sterk aan de kust gebonden omdat hun voedsel, jonge haring, ook sterk is geconcentreerd langs de kust. Volgens Boddeke is de beste oplossing dan ook om te werken aan een nettenvrije zone van 250m vanaf het strand (Laagwaterlijn).

Eind januari is in de 2e Kamer door de vaste commissie voor LNV een hoorzitting gehouden onder andere op verzoek van Sportvisserij Nederland. Het gaat om de invoering van een nettenvrije zone van 250m langs de hele kust. Op deze hoorzitting zullen verschillende organisaties pleiten voor zo’n zone. Ook de staandwantvissers zullen hun woordje doen. Later dit jaar zal de 2e Kamer waarschijnlijk beslissen over deze zaak.

December 2008.

De zeehondenpopulatie in de Waddenzee is volledig hersteld en afgelopen zomer werden er weer bijna 6000 gewone zeehonden en bijna 1000 jongen geteld. Dat is ruim 40% meer dan het jaar er voor, en sinds 2002 een groei met gemiddeld 20% per jaar. Intussen breidt de zeehondencrèche in Pieterburen weer verder uit met nieuwe opvangplaatsen voor 70 extra zeehonden. In de praktijk is dit goed te merken, overal komt men nu zeehonden tegen, bij de laatste botenwedstrijd zwommen er op een gegeven moment een uur lang 4 om onze boot. Verder is er een vaste zeehond bij dam 12 in Petten te zien, ziet men ze zelfs in de haven van IJmuiden rondzwemmen en wilde er vorig jaar eentje bij ons de boot in klimmen (zie het verhaal over de “dolle zeehond” in een van de boekjes van vorig jaar). Dat zeehonden een hoog aaigehalte hebben is bekend en veel mensen vinden dit prachtig. Maar dat dit geen natuurlijke situatie meer is, is voor een neutrale toeschouwer wel duidelijk. Het is dan ook wachten op een nieuwe ramp, een nieuwe dodelijke ziekte die de kop op steekt, is haast onvermijdelijk, want dat Lenie in ’t Hart in 2002 goed werk verrichtte is wel duidelijk, maar of dit nu nog zo is betwijfel ik sterk. Door alle zieke zeehonden weer op te lappen vermindert ze de natuurlijke weerstand van de hele groep en zo de overlevingskansen van de hele soort ernstig. Ze worden behandeld als of het mensen zijn, inclusief doktoren en ziekenhuizen daarbij vergetend dat ze zich verder in het wild moeten zien te redden. Dat kan op termijn eigenlijk alleen maar leiden naar een nieuwe ramp. Overigens ben ik daar af en toe ook wel eens bang voor als ik zie hoeveel mensen er intussen op deze wereld rondlopen. Al leven wij dan niet meer vrij in de natuur, de ijzeren wetten van de Natuur gelden ook nog steeds wel degelijk voor onze soort al zijn wij zo arrogant te denken dat wij alles in de hand hebben, net als Lenie bij de zeehondjes.

Beroepsbinnenvissers zijn ontstemd over het door de minister aangekondigde aalherstelplan. Ze zijn zelfs naar het Binnenhof getrokken om in de 2e Kamer te protesteren.

Nadat al minstens 2 jaar bekend is dat Nederland met een plan moet komen (en wel voor 1 januari 2009, dat in juli 2009 moet ingaan), werd er door de beroepsvisserij op paling alleen maar afgewacht en onderling geruzied. Toen Sportvisserij Nederland met het plan kwam om alle paling gevangen door Sportvissers, in de wateren behorend bij de Vispas, verplicht terug te zetten in hetzelfde water, was hun commentaar niet van de lucht, omdat de mogelijkheid bestond dat zij in wateren waar de sportvisserij het volledige visrecht had, ook geen paling meer mochten vangen bij contractverlengingen. Overigens was ook niet elke sportvisser het hiermee eens. Het was echter ook een politiek signaal. Het Beroep is echter ernstig in gebreke gebleven door niet zelf met plannen te komen. Nu de minister, hiertoe verplicht door Brussel, met een plan is gekomen is de wereld te klein. Echter ook Sportvisserij Nederland heeft grote bedenkingen, maar vindt de plannen lang niet ver genoeg gaan en zelfs ronduit zwak. Ten eerste is er het aalverbod voor ons, sportvissers op zee. Zolang de beroepsvisserij nog op aal mag vissen slaat dit nergens op en wordt er met 2 maten gemeten wat leidt tot wettelijke ongelijkheid. Beter was het geweest, ook beter aan sportvissers te verkopen (en alles is toch ook afhankelijk van begrip en draagkracht onder de sportvissers), als er een gesloten tijd ingesteld zou zijn die gelijk loopt met die voor het Beroep. Ook zijn de aanbevelingen van de commissie van deskundigen (van o.a. onderzoekers, natuurorganisaties, sport-en beroepsvisserij), de zogenaamde aalklankbordgroep maar half opgevolgd. Deze wilde onder andere een gesloten tijd van 1 september tot 1 januari. Sportvisserij Nederland vindt daarom dat er een wettelijke gesloten tijd moet komen voor zowel Sport als Beroep (geldend voor zowel zoet als zout water), waarbij tevens een gesloten tijd moet gelden voor aalvistuigen (lees fuiken, schietfuiken, maar ook de peur). Ook wordt er geen streefgetal genoemd voor de verplichting van Waterkrachtcentrales om sterfte onder aal te voorkomen. De minister stopt verder met de uitgifte van Peurvergunningen, maar dat is alleen symbolisch want LNV geeft zelf slechts 79 peurvergunningen uit, maar stelt zo wel de meest visvriendelijke vangmethode in een verkeerd daglicht. Ook hekelen zij het argument van het Beroep dat de VBC’s dit beter kunnen regelen. Er zijn landelijk gezien wel veel VBC’s opgericht maar het Beroep lijkt deze alleen maar te willen gebruiken om de schubvisrechten terug te krijgen nu er veel minder paling is te vangen en echte afspraken en controle hierop zijn nog erg zeldzaam. Tenslotte is het verbeteren van migratieknelpunten eigenlijk al beleid al zijn er nog weinig concreet gerealiseerd. Er zijn meer evenwichtigere en betere maatregelen nodig om de achteruitgang te stoppen laat staan een herstel tot stand te brengen.

Wel is het positief dat er na 10 jaar praten nu eindelijk iets gebeurd. Zelf denk ik dat alle maatregelen mosterd na de maaltijd zijn en te laat komen. Als het ministerie van LNV en het Beroep niet echt er voor gaan is het over 10 jaar afgelopen met de paling. De beroepsbinnenvisserij (behalve IJsselmeer) zou eigenlijk uitgekocht moeten worden van de kleinere binnenwateren (omzet slechts 12-15 miljoen per jaar). Nu worden ze tegen beter weten in gesubsidieerd en wordt de achteruitgang niet gestopt. Wel worden straks al of niet illegaal onze grote karpers, snoeken enz. uit het water verwijderd omdat men toch zijn brood moet verdienen. Laat enkele bedrijven zich specialiseren in visstandonderzoeken en adviesbureaus of toerisme en koop de anderen helemaal uit, waarbij alle vistuigen worden vernietigd. De Sportvisserij zou hier aan bij kunnen dragen door een fonds op te richten voor deze uitkoop, door bijvoorbeeld 1 € bij de Vispas op te leggen. In de toekomst kan dat na de palingvissers ook gebruikt worden om de kustvisserij voor de dammen en pieren bijvoorbeeld uit te kopen. Wat dat betreft hebben de beroepsvissers wel één goed argument, en dat is de vangst van glasaal in Zuid-Europa en Engeland, vooral in Spanje, Portugal en Frankrijk. Zolang dat op deze grote schaal blijft doorgaan hebben alle maatregelen weinig zin. Deze glasaal wordt voor prijzen van meer dan 1000 € per kilo verkocht aan de kwekerijen (vooral naar China en Japan). Als dat niet stopt is het straks vanzelf over.Wij moeten dan onze kleinkinderen met schaamte vertellen dat we wel wisten dat het zou gebeuren maar dat we er niet echt wat aan gedaan hebben.

Bronnen: Telegraaf, Visserijnieuws, Het Visblad.

November 2008.

De Nederlandse staandwantvissers gaan proberen om de MSC certificatie te verkrijgen. Daarvoor hebben ze een contract getekend met een Schotse certificeerder. 34 vissers doen er aan mee, maar enkele vissers uit Urk willen niet mee doen omdat ze beperkingen vrezen, vooral in het aantal te gebruiken netten. Er zullen namelijk beperkingen worden gesteld om een duurzame visserij en gezonde visstand te behouden. Daarbij horen ook een maximum aan het aantal uit te zetten netten, het sparen van kuitzieke vis en vermijden van bijvangsten. Het gaat in eerste instantie om de vangst van tong en de komende maanden zal er door vissers en wetenschappers, in samenwerking met natuurorganisaties en sportvissersorganisaties, hard moeten worden gewerkt aan een beheerplan. Als echter een deel van de vissers niet meedoet, gaan we weer dezelfde kant op als altijd, overbevissing.

Het Nederlandse visserijbeleid is uit ecologisch standpunt niet streng genoeg. Dat vindt de Algemene Rekenkamer in een kritisch rapport over de zeevisserij. Bij alle keuzes in het beleid hebben steeds weer economische belangen de overhand ook al zijn die op lange termijn funest voor de sector. Gesteld wordt ook dat het hele stelsel van quota’s eigenlijk op de helling moet en dat men toe moet naar visserij-inspanning, dat betekent dus dat elk schip een aantal visdagen per jaar krijgt toegewezen. Verder dat quota’s niet meer zoals nu verhandelbaar zijn, en dat bij saneringen deze quota’s of toegewezen zeedagen vervallen in plaats van aan andere schepen kunnen worden verhandeld. Ook zou er meer met gesloten tijden en gesloten gebieden moeten worden gewerkt. Verder moet alle gevangen vis die in deze zeedagen gevangen wordt, moeten kunnen worden aangeland en niet zoals nu dood overboord gezet omdat het quotum vol is. Tenslotte moeten er veel strengere regels komen om “discards”, bijvangsten van jonge vis en andere zeedieren, te voorkomen. In het antwoord van minister Verburg van LNV gaf ze toe dat men op veel punten tekort schoot maar dat men ook te maken heeft met een economische realiteit, waardoor de speelruimte klein is en men vaak water bij de wijn moet doen om een evenwichtige afweging van belangen te kunnen maken.

De kabeljauwstand in de Oostzee (o.a Denemarken) is licht aan het herstellen en het gaat wat beter. Onmiddellijk is de TAC voor volgend jaar dan ook alweer met 15% verhoogd. Voor de haring is het plaatje geheel anders, daarvan is de maximaal te vangen hoeveelheid (TAC) met bijna 40% verlaagd, waarbij biologen de noodklok luidden en zelfs een reductie van 70% voorstelden.

In Schotland is voor het eerst een visgebied gesloten wegens het voorkomen van grote scholen paaiende vis. Van 1 december tot 31 maart wordt het zogenaamde Long Hole op de Fladen gronden gesloten voor alle visserij omdat hier de kabeljauw in grote scholen samenkomt om te gaan paaien. Het is een gebied van 15 vierkante mijl groot met tot 300m diepe gaten en het zal pas weer voor de visserij vrijgegeven worden als de meeste kabeljauw weer het gebied heeft verlaten.

De garnalenprijs is begin november nog verder gezakt door de grote aanvoeren. Ondanks de gedaalde brandstofprijs is een lonende visserij volgens de vissers nauwelijks nog mogelijk. Toch blijft men stevig doorvissen en er zijn deze herfst zeer veel garnalen op de kust wat ook tot gevolg heeft dat er grote scholen wijting, schar en gul op af komen. Zolang er geen vorstperiode komt kan dat voor ons sportvissers een mooie winter tot gevolg hebben.

Windmolenparken kunnen een gunstige invloed hebben op de visstand doordat er grote gebieden in zee komen waar geen visserij meer is toegestaan. Ook trekken de palen en steenstorten er rondomheen veel voedsel en dus ook vis aan. Maar tijdens de bouw kan het lawaai dat het heien van de funderingen met zich meebrengt het zeeleven ernstig bedreigen. Per klap komt er meer dan 200 decibel vrij wat in het water veel sneller en verder draagt dan in lucht. Zeehonden en bruinvissen kunnen hierdoor ernstige gehoorbeschadigingen oplopen en zelfs worden doodgeheid als ze zich binnen een kilometer afstand van de werkzaamheden bevinden. Dit geldt ook voor vissen. Dat het een probleem is blijkt uit het feit dat met de huidige plannen het heien van deze palen voor voorlopig 2000 windmolens, nog 15 jaar lang elke zomer plaats zal vinden.

Her begint spannend te worden voor de paling in Europa. Voor 1 januari 2009 moeten alle Europese overheden een aalherstelplan hebben opgesteld en aan Brussel hebben voorgelegd. Als men daar niet aan voldoet wordt er door Brussel een beperking van hun visserij op aal opgelegd van 50%. De Nederlandse binnenvisserij zit met de handen in het haar en komt er voorlopig nog niet uit. Het Europese herstelplan is gebaseerd op een brede aanpak op alle fronten waarbij de visserij, waterkrachtcentrales, aalscholvers, vervuiling, gemalen en vismigratie barrières allemaal moeten worden aangepakt. Wel is al duidelijk dat de Binnenvisserij de grootste bijdrage moet gaan leveren omdat deze verantwoordelijk is voor ruim 70% van de aalsterfte elk jaar in Nederland. Ook de sportvisserij, verantwoordelijk voor 15% van de vangsten zal zijn bijdrage moeten leveren. Sportvisserij Nederland heeft deze bui zien aankomen en heeft een signaal aan de politiek willen afgeven door afgelopen zomer al te beslissen om vrijwillig de maatregel af te kondigen, dat in al het viswater dat voorkomt in de vergunningen die horen bij de Vispas, alle palingen per 1 januari moeten worden teruggezet in het zelfde water. Veel sportvissers zijn het hier niet mee eens, maar het is een maatregel die ook al jaren in de meeste wateren voor snoek geldt en die zeer goede resultaten heeft opgeleverd. Of dit ook voor de paling op zal gaan wordt echter ernstig betwijfeld. Biologen zijn het er over eens dat als men nu de hele visserij op paling stopt in heel Europa het minimaal 60 tot misschien wel 200 jaar zal duren voor deze weer op zijn niveau van 1950 terug is. Sportvissers moeten dan ook eens bedenken dat als men doorgaat met de visserij op paling deze over 10 jaar helemaal verdwenen is uit het Nederlandse water, ze zullen binnen nu en 5 jaar al vanzelf geen paling meer vangen en hoeven dus ook niet meer na te denken over terugzetten ja of nee. De echte oorzaak is eigenlijk nog steeds niet duidelijk maar het feit dat er sinds 2000 geen enkel jaar meer is geweest dat er bij de spuisluizen in Den Oever meer dan 2% van de hoeveelheid glasaal naar binnen kwam die tot 1980 nog elk jaar het IJsselmeer op kwam, betekent dat als deze lijn wordt doorgetrokken, dat in 2020 de vangst van een paling even zeldzaam wordt als die van een zalm of meerval dat nu is en in de krant kan.

Het wordt dus zaak minimaal de helft van alle schieraal te laten ontsnappen, iets wat waarschijnlijk dit jaar verplicht wordt opgelegd aan de beroepsvissers, die dat uiteraard niet leuk zullen vinden. Sportvisserij Nederland heeft dus waarschijnlijk op tijd een wijze daad gesteld waardoor men aan de politiek wil bewijzen dat de sportvisser zijn verantwoording wil nemen. Daardoor kan men ook meer inspraak eisen, ook op ander gebieden. En dan denk ik aan de uit de hand lopende nettenvisserij aan onze kusten (zoals onze dammen en pieren bij IJmuiden), overbevissing van zeebaars (vooral ook in de winter op de paaiplaatsen in het Kanaal) en andere zaken die ons allemaal aangaan.

Het quotabeleid begint vruchten af te werpen, volgens de Europese Commissie tenminste. Men baseert dat op de biologische vangstadviezen en daarop gebaseerde TAC’s en quotavoorstellen voor 2009. Die houden voor tong, schol en makreel een lichte verbetering in waarbij schol weer boven het voorzorgsniveau uit het meerjarenherstelplan komt. Voor schol moet echter overeenstemming bereikt worden met de Noren en die eisen een vermindering van de gevangen discards (ondermaatse en andere kleine vis). Daarvoor worden op dit moment overal experimenten uitgevoerd, bijvoorbeeld met ontsnappingspanelen in de netten. De kabeljauwbestanden zijn nog steeds slecht maar de Noordzeekabeljauw toont licht herstel, daar moeten we zuinig op zijn. De Europese commissaris Borg zegt dat de maatregelen die in de afgelopen zes jaar zijn genomen eindelijk vruchten beginnen af te werpen maar dat er nog steeds overbevissing plaats vindt. Voor een gezonde toekomst mag er daarom nog steeds minder vis worden gevangen. Het evenwicht is grondig verstoord en het kost tijd om de ecologische basis voor een rendabele visserijsector weer voor een groot deel te herstellen. Voor kabeljauw wordt daarom een 25% vangstreductie voorgesteld. Ook voor haring (-25%), schar, bot, tarbot, griet, tongschar, witje en langoustines (allemaal -10%) worden lagere TAC’s voorgesteld terwijl de visserij op doornhaai, haringhaai en ansjovis moet worden gesloten. Op 17 december 2008 beslissen de Visserijministers over deze voorstellen voor 2009.

Minister Verburg heeft op 19 november het voorgenomen aalherstelplan bekend gemaakt. Nederland wordt hierbij beschouwd als één stroomgebied dus de maatregelen gelden voor heel Nederland. Voornaamste punten hieruit zijn voor ons dat het verplicht wordt per 1 januari om aal terug te zetten die gevangen is op zee of Waddenzee, Ooster-en Westerschelde enz. Voor de binnenwateren heeft Sportvisserij Nederland dit al eerder aangekondigd. Ook wordt het per 2011 verboden voor hobbyvissers om netten enz. te zetten op de Waddenzee, Ooster-en Westerschelde en Eems-Dollard. Helaas dus nog niet voor de hele kust. Verder worden er geen Peurvergunningen meer uitgegeven door LNV zelf. Er wordt 200 miljoen Euro beschikbaar gesteld om bestaande vismigratieknelpunten aan te pakken en op te lossen. Verder moeten nieuwe gemalen en sluizen bij renovaties standaard worden voorzien van een vismigratie mogelijkheid. Waterkrachtcentrales moeten worden aangepast en nieuwe installaties moeten van visgeleidingsysemen worden voorzien. Tussen 1 september en 31 oktober komt er een gesloten tijd (dit is de trektijd voor de schieraal) en mogen beroepsvissers ook niet op aal vissen, ze krijgen hiervoor financiële compensatie. De bedoeling is dat er uiteindelijk weer 4000 ton schieraal terug naar zee (de Sargassozee) kan zwemmen, de schatting nu is dat dit nog maar 400 ton is. Er komt subsidie voor onderzoek naar de kunstmatige voortplanting van aal en er wordt 300.000 Euro beschikbaar gesteld voor het uitzetten van aal uit de aalkwekerijen (doorgekweekte glasaal met een grotere overlevingskans en slechte groeiers die het in de natuur overigens prima schijnen te doen). Europa heeft al eerder maatregelen afgekondigd voor de verplichte uitzet in Europese binnenwateren van een percentage van de gevangen glasaal, oplopend tot 60% hiervan in 2013.

Bronnen: Telegraaf, Visserijnieuws, Het Visblad.

Oktober 2008.

De jaarlijkse enquête die wordt gehouden onder de Noordzeekottervissers geeft een ronduit positief beeld over de ontwikkeling van de visstand in de Noordzee, maar men is aanmerkelijk minder positief over de eigen vooruitzichten door de steeds verder stijgende kosten (vooral ook brandstofprijzen), en beperkingen die hen worden opgelegd. Ook werken de lage visprijzen niet mee, schol en tong staan onder andere op de rode lijst terwijl de vraag naar MSC-gecertificeerde vis steeds maar toeneemt. Voor de boomkorvisserij is het bijna onmogelijk dit certificaat te verkrijgen vanwege de manier van vissen. De meeste vissers die aan de enquête meewerkten visten met de boomkor. De vissers melden in vergelijking met vorig jaar weer veel meer kabeljauw en schol te vangen. In de noordelijke Noordzee ook veel grotere kabeljauw, in het zuidelijk deel voornamelijk kleine exemplaren. Ook zien ze een verbetering van de tong en wijtingvangsten in de praktijk, niet over de hele linie, maar vooral ook in de zuidelijke Noordzee, al is de wijting over algemeen klein van stuk. Verder naar het noorden werd er geen verschil met vorig jaar in deze vissoorten gemeld.

Bronnen: Telegraaf, Visserijnieuws, Het Visblad.e

September 2008.

Na een zeer goed jaar voor de garnalenvissers zit nu plotseling weer de klad in deze visserij. Zo erg zelfs dat het merendeel van de garnalenvissers de laatste weken van september en de eerste week van oktober niet zijn uitgevaren vanwege de lage prijzen voor hun product. Zo laag zelfs dat er geld moet worden bijgelegd. De oorzaken? Na de goede prijzen voor garnalen van afgelopen jaar (de prijzen waren verdubbeld) in combinatie met de slechte economische omstandigheden voor de zeevisserij in het algemeen (lage prijzen voor schol en tong en ongekend hoge brandstofprijzen), zijn ook veel kleinere boomkorvissers overgestapt op de garnalenvisserij waardoor de aanvoer van dit product fors is toegenomen. Ook waren de vangsten de afgelopen winter niet zo best waardoor de prijzen flink opliepen en de garnalenvissers toch flink geld konden verdienen. Vanaf augustus zijn de vangsten echter flink toegenomen en werd er zeer veel kleine garnaal aangevoerd op de veilingen waardoor de prijzen snel omlaag gingen. Ook heeft de NMA vorig jaar afgedwongen dat er geen afspraken gemaakt mochten worden tussen de garnalenvissers onderling over bijvoorbeeld de hoeveelheid aan te voeren garnalen. Met als gevolg nu dus weer een ongekende prijsdaling, tot nog maar een derde van de prijzen van afgelopen jaar. Toch komt er nog niet direct een gebrek aan garnalen in de winkels want er zijn nog grote diepvriesvoorraden, althans volgens een woordvoerder van het Productschap Vis.

Greenpeace dumpt rotsblokken in de Noordzee tegen de visserij. De Duitse overheid heeft nu gedreigd maatregelen te nemen en de Duitse scheepseigenaar heeft onder deze druk besloten geen verdere medewerking te verlenen. Daardoor is men in elk geval voorlopig gestopt met het dumpen van deze grote stenen. Het doel om aandacht te vragen voor het vissen in door de overheid aangewezen natuurgebieden op zee is in elk geval wel bereikt want deze actie heeft een enorme publiciteit opgeleverd, hoe men hier verder ook over moge denken. Feit is verder ook dat de stenen zijn gedumpt in een betrekkelijk klein gebiedje al doet Greenpeace zelf hierover uiteraard nogal geheimzinnig en schreeuwen de vertegenwoordigers van de zeevisserij moord en brand. In de praktijk zorgen de getijdenstromen er waarschijnlijk voor dat deze stenen na verloop van tijd wegzakken in het zand waardoor ze totaal geen obstakel meer vormen. De toekomst zal leren wie er gelijk heeft en wat de gevolgen zullen zijn. De kans is wel groot dat de overheden nu eindelijk tot actie over zullen gaan en deze gebieden voor de visserij gesloten gaan worden. Dan hebben de zeevissers door hun overdreven reactie hier zelf aan meegewerkt en als je het zo bekijkt was de Greenpeace actie dus zeer geslaagd te noemen.

Bronnen: Telegraaf, Visserijnieuws, Het Visblad.

Augustus 2008.

Greenpeace dumpt rotsblokken in de Noordzee tegen de visserij. De federatie van Nederlandse Visserijverenigingen is razend op Greenpeace omdat deze organisatie in de door de Europese Unie aangewezen natuurgebieden op de Noordzee enorme rotsblokken heeft gedumpt om te voorkomen dat er in deze gebieden nog langer wordt gevist met de boomkor. Ondanks dat deze gebieden zijn aangewezen wordt er in deze gebieden nog steeds volop gevist. Greenpeace hoopt echter met deze actie de visserij te dwingen deze gebieden met rust te laten. De vissers noemen deze acties zeer onverantwoord en stellen dat als een visser zo’n rotsblok van 2 of 3 ton in de netten krijgt een vissersschip gemakkelijk kan worden omgetrokken en kan omslaan met het nodige gevaar voor de bemanning. De visserij-voormannen dreigen nu met acties. De stichting de Noordzee, die zich inzet voor een duurzame visserij in de Noordzee, vindt de actie van Greenpeace ook te ver gaan maar het doel, een verbod op het vissen in de aangewezen natuurgebieden wordt wel door hen gesteund. Greenpeace zelf zegt met de actie juist de vissers en de overheid te willen helpen want wanner alle vis uit zee wordt gevist is er voor de vissers ook geen werk meer. Of ze nog meer van deze acties gaat uitvoeren hangt er van af of de actie met de keien succes oplevert.

Bronnen: Telegraaf, Visserijnieuws, Het Visblad.

Juli 2008.

Op de Waddenzee worden dit voorjaar weer grote hoeveelheden jonge scholletjes aangetroffen, veel meer dan de afgelopen jaren. Dit is een verder bewijs voor de verbetering van de stand van deze vis die de laatste 2 jaar vooral door vissers, en afgelopen winter ook door de onderzoekers werd gerapporteerd. Scharretjes en botjes zijn er echter maar weinig meer op het Wad te vinden. Dit alles volgens Wadvissers.

De voorlopige adviezen van de biologen van het ICES voor 2009 betekenen eindelijk goed nieuws voor de Nederlandse vissersvloot. De bestanden van schol en tong zijn wat aan het herstellen waardoor volgens het ICES de scholquota met 13% en die van de tong met 9% omhoog kunnen in overeenstemming met de afspraken in het meerjaren-platvis-herstelplan dat in januari in werking is getreden. Ondanks een langzame vermindering van de visserijdruk ziet het er voor kabeljauw, wijting en haring nog steeds niet goed uit, en wordt voor deze vissoorten opnieuw een beperking van de vangst voorgesteld. Voor andere vissoorten als makreel komen de adviezen later dit jaar, waarna de Europese raad van Visserijministers eind van het jaar de definitieve toegestane vangsthoeveelheden (TAC’s) voor elke vissoort voor 2009 vaststelt.

De Japanse oesters woekeren steeds meer voort in de Waddenzee. 6 jaar geleden kwamen deze zogenaamde creuzers nog maar sporadisch voor in de Waddenzee, maar hun aantal stijgt elk jaar explosief en ook dit jaar liggen er weer veel kleine oesters zodat er opnieuw een toename zal plaatsvinden.

Juni 2008.

De internationale ICES-werkgroep rapporteert een toename van het bestand aan schol in de Noordzee en ziet ook enige vooruitgang in de tongstand. Dit alles is aanleiding voor een advies, gebaseerd op het langetermijnbeheersplan voor platvis, om de TAC (total allowable catch) voor schol volgend jaar met 10 procent te verhogen. Voor de tong kan dit waarschijnlijk gelijk blijven. Dit dan mede door de lagere visserij inspanning die op dit moment door sanering en hoge brandstofprijzen plaatsvindt. Uiteindelijk wordt in Brussel beslist of deze adviezen ook opgevolgd worden en niet zoals afgelopen jaar met de kabeljauw is gebeurd, dat ze worden genegeerd. Overigens is hier aan de kust nog niets van te merken, er is nog steeds geen scholletje te vangen.

De visserij in heel Europa staat onder grote druk, eigenlijk is er paniek vanwege de alsmaar stijgende prijzen van gasolie. Daarbij neemt de import van kweekvis vooral uit het verre oosten steeds meer toe door de lage dollar, waardoor de prijzen onder druk staan en zelfs dalen, ook al omdat de vraag naar bijvoorbeeld Noordzeeschol afneemt door de druk op afnemers om geen rode vis van de viswijzer meer te verkopen. Er is steeds meer vraag naar alleen duurzaam gevangen vis en die kan de boomkorvisserij voorlopig niet leveren. Dat betekent dat steeds meer vissers niet meer rendabel uit kunnen varen en medewerkers een andere baan zoeken omdat ze vaak meedelen in de opbrengst van de vangst. Met een negatieve opbrengst is er dus weinig te verdienen voor ze. Het wreekt zich nu dat in de voorbije jaren steeds grotere schepen met steeds groter aantal pk’s werden aangeschaft, die nu de grootste kostenpost vormen in de vorm van brandstof, waarbij ook de rentelasten naar verhouding veel te hoog zijn.

De Europese Commissie gaat het discardprobleem keihard aanpakken. Is het nu nog zo dat de ongewenste bijvangsten van jonge vis en ander bodemleven vaak tot 80% in kilo’s (in de boomkorvisserij) van de vangst oplopen, stelt men nu voor om deze percentages af te gaan bouwen en binnen een periode van 6 jaar er voor te gaan zorgen dat de totale discards (= vis + schaal- en schelpdieren) moeten worden teruggebracht naar 15% in kilo’s en 20% in aantallen. De vermindering mag in stappen plaatsvinden en voor elk jaar worden er doelen gesteld, waaraan men moet voldoen. Waarnemers die met de schepen mee gaan varen zullen voor de controle gaan zorgen. De boomkorvisserij is het eerste aan de beurt maar dit systeem wordt naar alle visserijen uitgebreid. Er worden fondsen ter beschikking gesteld voor experimenten op dit gebied maar de visserijsector moet zelf zorgen aan de gestelde doelen te voldoen. Mogelijkheden hiervoor zijn bijvoorbeeld het aanbrengen van ontsnappingspanelen in de netten, overschakelen naar selectievere vistuigen en gebruik en verdere ontwikkeling van de pulskor. De visserijsector heeft al laten weten de gestelde doelen onrealistisch te vinden en dat maatregelen veel geld gaan kosten die de sector in deze zware tijden niet op kan brengen. Ook kosten de waarnemers teveel geld en denkt men ook aan het aanbrengen van camera’s. In Duitsland is al een experiment gaande waarbij alle discards meegenomen moeten worden en aan de wal afgeleverd en verkocht worden aan een verwerker (vismeel), maar ze worden dan wel van het quotum afgetrokken. Er gaat een waarnemer mee aan boord ter controle. Zo worden de vissers gemotiveerd er alles aan te doen om de discards zo veel mogelijk te beperken.

Het Wereldnatuurfonds, Stichting De Noordzee, de overheid en de Visserijvertegenwoordigers hebben een convenant “Duurzaam Vissen”gesloten waarin ze beloven dat ze de visserijsector zullen ondersteunen bij verduurzaming van de Noordzeevisserij. Daarbij zijn onder meer afspraken gemaakt over het aanvragen van MSC-certificering en hebben de natuurbeschermingsorganisaties toegezegd de initiatieven van de vissers hiertoe actief onder de aandacht van het publiek en de handel te brengen. Dit onder meer via de Viswijzer die steeds meer invloed krijgt op het koopgedrag van handel en consument. Dat is van groot belang voor de platvisvloot maar betekent wel dat deze zich gaat verplichten om over te schakelen naar een betere vorm van visserij en beter beheer van de visstand. Het zal waarschijnlijk betekenen dat de boomkorvisserij zijn langste tijd wel heeft gehad en dat er een oplossing moet komen voor de grote bijvangsten (discards) van kleine vissen en bodemleven dat nu dood weer over boord gaat. Een van de voorgestelde maatregelen is bijvoorbeeld om de discards via een pijp dieper in het water te lozen zodat de jonge visjes die nog leven meer kans hebben te ontsnappen aan de honderden meeuwen die elke vissersboot volgen.

Bronnen: Telegraaf, Visserijnieuws, Het Visblad.

Mei 2008.

Een Amerikaans wetenschappelijk rapport over visserijmanagement komt tot de conclusie dat de huidige praktijk van de grote vissen vangen en de kleine laten ontsnappen juist helemaal verkeerd is. Een beheer, gericht op minimummaten, grote vissen er uit halen en jonge vis laten ontsnappen, onttrekt de meeste oude vissen aan de populatie. Juist deze grote vissen moeten zorgen voor de stabiliteit van het bestand en het doorgeven van de goede eigenschappen aan de nakomelingen. We moeten dus toe naar technische maatregelen die niet gericht zijn op de hoeveelheid vis (biomassa), maar ook gaan letten op de leeftijd en grootte van de vissen in een bestand, anders bestaat het gevaar van instabiliteit van deze visbestanden, die zich kan uitbreiden naar het hele ecosysteem.

Zeezoogdieren zijn geen concurrent voor de visserij. Over de hele wereld gezien eten zeezoogdieren als zeehonden, dolfijnen, walvissen en andere zeezoogdieren wel meer vis, garnalen en krill (biomassa) dan door de visserij bij elkaar aan land gebracht wordt maar de meeste soorten die worden gegeten zijn voor de visserij niet interessant, of de visserij vindt in 85% van de gebieden plaats die nauwelijks bezocht worden door zeezoogdieren. Slechts 1% van alle prooien van zeezoogdieren komt uit geografische gebieden waar zowel vissers als zeezoogdieren op vis jagen. Problemen en conflicten tussen vissers en zoogdieren komen dan ook alleen heel regionaal op het Noordelijk halfrond voor. Er is wel een langzame verschuiving aan de gang doordat de mens (visserij) steeds meer zijn oog laat vallen op de kleinere prooisoorten voor de industrievisserij (ten behoeve van het kweken van vis en gebruikt als veevoer). Sinds kort worden er ook schepen uitgerust voor de vangst van krill, in de zuidelijke oceanen, tot nu toe het domein van de grote walvissoorten. De consumptie van vis door bijvoorbeeld de gewone zeehond in Nederland is te verwaarlozen ten opzichte van het totale visbestand of vergeleken met bijvoorbeeld de in Nederland aan wal gebrachte vis door de visserij. De gewone zeehond eet per jaar slechts ongeveer 3,5 % van de hoeveelheid door de visserij aangevoerde vis. Zijn menu bestaat vooral uit de jongere jaarklassen bot, maar ook wel haring, wijting, tong, schol en schar. Van de grijze zeehond mag een gelijksoortig patroon worden verwacht. Ook de invloed van bruinvissen en dolfijnen (die voornamelijk van haringachtigen leven) en zeevogels wordt nog nader onderzocht.

De Noordzee was vroeger net de Serengetti, de Afrikaanse steppe met enorme kuddes en verder olifanten, neushoorns, hyena’s, nijlpaarden en in de laatste periode grote kuddes mammoeten. Deze wetenschap is ook een gevolg van het vissen sinds de jaren ’60 met de boomkor. Daarbij worden vele botten en hoorns, slagtanden en andere fossielen opgevist waarbij de vissers de vindplaats noteren en ze aan land brengen en aan de onderzoekers ter beschikking stellen. In die tijd, eigenlijk nog maar betrekkelijk kort geleden, was de waterstand tot 100m lager dan nu en bevond zich tussen Engeland en Nederland een enorm vruchtbaar dal met vele rivieren. Mammoetbotten worden veel gevonden op dieptes rond 26 meter, de Bruine Bank is een grote vindplaats. Ze zouden vooral tussen 25.000 en 35.000 jaar geleden hier hebben geleefd, toen de zeespiegel al aan het rijzen was en het klimaat kouder werd. Of ze verdwenen door deze zeespiegelstijging of door de mens zijn uitgeroeid is nog niet duidelijk. Resten van oudere bewoners van de Noordzeebodem, toen het klimaat nog tropisch was liggen meestal dieper, rond 35 meter.

Bronnen: Telegraaf, Visserijnieuws, Het Visblad.